Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

3699 palabras · página 63 de 148

  • kunnenA1irregular

    kon · konden · hebben gekund

    poder

    Kun je mij helpen?

  • de kunstA2

    arte

    In dit museum zie je moderne kunst.

  • de kunstenaarA2

    artista

    De kunstenaar werkt vooral met gerecycled materiaal.

  • het kunstwerkB1

    obra de arte

    Op het plein staat een groot kunstwerk van metaal.

  • de kusA2

    beso

    Ze gaf haar moeder een kus op haar wang.

  • het kussenA1

    almohada, cojín

    Dit kussen is te hard.


    besar

    Bij het afscheid kussen ze elkaar drie keer.

  • de kustA2

    costa

    De Nederlandse kust wordt beschermd door duinen.

  • kwaadA2

    enojado

    Hij werd kwaad om die opmerking.

  • de kwaliteitA2

    calidad

    De kwaliteit is goed voor die prijs.

  • het kwartA2

    cuarto (de hora)

    Het is nu kwart over drie in de middag.

  • het kwartierA1

    cuarto de hora

    Het duurt nog een kwartier.

  • de kwestieB1

    cuestión

    Het is een kwestie van tijd voordat het verandert.

  • kwijtA2

    perdido (he perdido)

    Ik ben mijn portemonnee kwijt, heb jij hem gezien?

  • kwijtrakenA2separable

    raakte kwijt · zijn kwijtgeraakt

    extraviar, perder

    Ik ben mijn sleutels weer kwijtgeraakt.

  • de kwitantieB1

    recibo (formal)

    Vraag om een kwitantie bij contante betaling.

  • de laadpaalB1

    punto de carga

    Bij het station staan laadpalen voor elektrische auto's.

  • laagA1

    bajo

    De prijs is nu laag.


    de laag

    capa

    Er ligt een dikke laag sneeuw op straat.

  • laatA1

    tarde

    Sorry dat ik te laat ben.

  • laatsteA1

    último

    Dit is de laatste bus.

  • het labelB1

    etiqueta (de ropa)

    Lees het label om te zien hoe je de trui wast.

  • lachenA1irregular

    lachte · lachten · hebben gelachen

    reír

    We hebben veel gelachen.

  • de ladeB1

    cajón

    De messen liggen in de bovenste lade.

  • ladenB1irregular

    laadde · laadden · hebben geladen

    cargar

    Laad je telefoon op voordat je vertrekt.

  • de ladingB1

    carga

    De vrachtwagen verloor een deel van zijn lading.

  • het lakenA1

    sábana

    De lakens moeten in de was.