Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

2767 palabras · página 6 de 111

  • aprilA1

    abril

    In april bloeien de bloemen.

  • het arbeidsconflictB1

    conflicto laboral

    Bij een arbeidsconflict kun je hulp vragen.

  • het arbeidscontractB1

    contrato laboral

    Mijn arbeidscontract loopt tot december.

  • de arbeidsduurB1

    horas de trabajo (contrato)

    De arbeidsduur is 36 uur per week.

  • de arbeidsovereenkomstA2

    contrato de trabajo

    De arbeidsovereenkomst is voor een jaar.

  • het arbeidsprocesB1

    proceso de trabajo

    Het hele arbeidsproces is opnieuw ingericht.

  • de arbeidsvoorwaardenB1

    condiciones laborales

    De arbeidsvoorwaarden zijn goed geregeld.

  • de armA1

    brazo

    Mijn arm is stijf.


    pobre

    Veel arme gezinnen krijgen hulp van de gemeente.

  • de artiestB1

    artista (de escenario)

    Op het festival treden veel bekende artiesten op.

  • het artikelA1

    artículo

    Ik heb een interessant artikel gelezen.

  • de artsA2

    médico

    De arts verwees haar door naar het ziekenhuis.

  • de assistentB1

    asistente

    De assistent van de tandarts maakt een nieuwe afspraak.

  • augustusA1

    agosto

    Augustus is vaak de warmste maand.

  • de auteurB1

    autor

    De auteur van dit boek komt uit Suriname.

  • de autoA1

    coche

    Onze auto staat voor de deur.

  • de autoverhuurB1

    alquiler de coches

    Bij de autoverhuur heb je je rijbewijs nodig.

  • de autoverzekeringB1

    seguro del coche

    Een autoverzekering is wettelijk verplicht.

  • de avondA1

    noche (temprana)

    's Avonds kijk ik televisie.

  • het avondetenA2

    cena

    Het avondeten is om zes uur.

  • de azijnA1

    vinagre

    Doe wat azijn in de salade.

  • de baanA2

    puesto de trabajo, empleo

    Zij heeft een nieuwe baan gevonden.


    carril; pista

    Op de snelweg is de rechter baan afgesloten.

  • de baardA2

    barba

    Mijn broer heeft sinds de zomer een baard.

  • de baasA2

    jefe

    Mijn baas is vandaag afwezig.

  • de babyA1

    bebé

    De baby slaapt nu.

  • de badkamerA1

    cuarto de baño

    De badkamer is boven.