Vocabulario
4398 palabras · página 57 de 176
de grootteB1
tamaño
Deze schoenen zijn er in elke grootte.
de grootvaderA2
abuelo (formal)
Mijn grootvader werkte vroeger als visser op zee.
de grotB2
cueva
De grot is alleen met gids toegankelijk.
de gynaecoloogB2
ginecólogo
De gynaecoloog begeleidt de zwangerschap.
de haaiB1
tiburón
In de Noordzee leven ook kleine haaien.
het haarA1
pelo
Zij heeft lang haar.
su (de ella)
Anna zoekt haar sleutels in haar tas.
de haastA2
prisa
Ik heb haast, want mijn bus vertrekt zo.
casi
Het is haast onmogelijk om hier een parkeerplaats te vinden.
de hagelB2
granizo
De hagel beschadigde de gewassen.
de hagelslagA1
fideos de chocolate
Nederlandse kinderen eten hagelslag op brood.
de halA2
recibidor, vestíbulo
Zet je schoenen maar in de hal.
de halsB2
cuello, garganta
Hij had een sjaal om zijn hals.
de halteA2
parada
De halte is om de hoek.
de hamA1
jamón
Ik neem een boterham met ham.
de hamerB2
martillo
Sla de spijker met de hamer erin.
de handA1
mano
Was je handen voor het eten.
de handdoekA1
toalla
De handdoek hangt in de badkamer.
de handelB1
comercio
De haven van Rotterdam is belangrijk voor de handel.
de handelaarB2
comerciante, tratante
De handelaar verkoopt groente op de markt.
de handelingB1
acto, procedimiento
Deze handeling mag alleen een arts uitvoeren.
de handelsbalansB2
balanza comercial
Nederland heeft een positieve handelsbalans.
de handelsgeestB2
espíritu comercial
De Nederlandse handelsgeest is spreekwoordelijk.
het handelsoverschotB2
superávit comercial
Nederland heeft een groot handelsoverschot.
het handelsregisterB2
registro mercantil
Elk bedrijf staat in het handelsregister.
het handgebaarB2
gesto con la mano
Datzelfde handgebaar betekent elders iets anders.
de handhavingB2
aplicación de la norma
Zonder handhaving blijft de regel een papieren tijger.

