Vocabulario
1768 palabras · página 55 de 71
de taaleisB1
requisito lingüístico
Er geldt een taaleis van niveau B1.
het taalexamenB1
examen de idioma
Het taalexamen bestaat uit vier onderdelen.
de taalfoutB1
error lingüístico
In je brief staan een paar taalfouten.
de taallesA2
clase de idioma
Ik heb twee keer per week taalles.
het taalniveauB1
nivel de idioma
Voor die opleiding heb je taalniveau B1 nodig.
de taaltoetsA2
prueba de idioma
Voor de cursus doe je eerst een taaltoets.
de taalvaardigheidB1
competencia lingüística
Je taalvaardigheid gaat snel vooruit.
de taartA1
tarta
Op mijn verjaardag maak ik een taart.
de tabelB1
tabla
In de tabel zie je de prijzen per maand.
de tafelA1
mesa
Het eten staat op tafel.
de takenlijstA2
lista de tareas
Ik werk mijn takenlijst af.
het takenpakketB1
conjunto de tareas
Mijn takenpakket is dit jaar uitgebreid.
het talentB1
talento
Mijn dochter heeft talent voor tekenen.
de tandA1
diente
Er is een tand afgebroken.
de tandartsA2
dentista
Ik ga twee keer per jaar naar de tandarts.
de tandenborstelA1
cepillo de dientes
Vergeet je tandenborstel niet.
de tanteA1
tía
Mijn tante komt op bezoek.
het tapijtA2
alfombra
We hebben een nieuw tapijt gelegd.
de tasA1
bolso
Mijn tas staat naast de stoel.
de taxiA2
taxi
We namen een taxi naar het hotel.
het teamA2
equipo
Ik werk in een klein team van vijf collega's.
de teamgeestB1
espíritu de equipo
De teamgeest is hier goed.
de teamleiderB1
jefe de equipo
Vraag het even aan de teamleider.
het teamoverlegB1
consulta de equipo
Het teamoverleg is op dinsdagochtend.
de teamsportB1
deporte de equipo
Voetbal is de bekendste teamsport.

