Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

7085 palabras · página 54 de 284

  • dapperB2

    valiente, valeroso

    Wat ben je dapper dat je dit alleen hebt gedaan.

  • de darmB2

    intestino

    Vezels zijn goed voor de darmen.

  • de dasA2

    bufanda; tejón

    Doe een warme das om, het is koud buiten.

  • datA1

    que (conjunción)

    Ik denk dat de trein vandaag later komt.

  • dat is waarB2

    eso es cierto

    Dat is waar, daar had ik niet aan gedacht.

  • dat kloptB2

    eso es correcto

    Dat klopt, ik heb het zelf gezien.

  • dat valt te bezienB2

    eso está por ver

    Of dat werkt, dat valt te bezien.

  • de databaseB2

    base de datos (informática)

    Alle gegevens van klanten staan in een database.

  • de databundelB2

    paquete de datos

    Mijn databundel is halverwege de maand op.

  • het datalekB2

    filtración de datos

    Na het datalek moesten alle wachtwoorden gewijzigd worden.

  • de dataverzamelingB2

    recogida de datos

    De dataverzameling duurde zes maanden.

  • daterenB2

    dateerde · hebben gedateerd

    datar de

    Deze kerk dateert uit de vijftiende eeuw.

  • de datumA1

    fecha

    Wat is de datum van vandaag?

  • de dauwB2

    rocío

    Het gras was nat van de dauw.

  • de deadlineA2

    fecha límite

    De deadline is vrijdag.

  • de dealB1

    trato

    We hebben een goede deal gesloten met de verkoper.

  • het debatA2

    debate

    Het debat werd live uitgezonden.

  • decemberA1

    diciembre

    In december zijn er veel feestdagen.

  • het decenniumB2

    década

    In het afgelopen decennium is er veel veranderd.

  • het decorB2

    decorado

    Het decor is in de studio gebouwd.

  • de decorbouwerB2

    constructor de decorados

    De decorbouwers werkten de hele nacht door.

  • het deelA1

    parte

    Het eerste deel van de cursus is klaar.

  • de deelnameB1

    participación (en una actividad)

    Deelname aan de cursus is gratis voor inwoners.

  • deelnemenB1separableirregular

    nam deel · namen deel · hebben deelgenomen

    participar

    Iedereen kan aan de cursus deelnemen.

  • de deelnemerB1

    participante

    Elke deelnemer krijgt na de cursus een certificaat.