Vocabulario
7085 palabras · página 53 de 284
daarnaA1
después
Eerst eten we, daarna gaan we wandelen.
daarnaastA2
además
Daarnaast volg ik een cursus.
daaromA1
por eso
Het regende, daarom bleef ik thuis.
de daderB2
autor (de un delito)
De politie zoekt nog naar de dader van de inbraak.
de dagA1
día
Elke dag ga ik naar mijn werk.
hola; adiós
Dag mevrouw, kan ik u helpen?
de dagbestedingB2
centro de día
Hij gaat drie dagen per week naar de dagbesteding.
het dagbladB1
diario
Het dagblad verschijnt zes keer per week.
het dagboekB1
diario (personal)
Anne Frank schreef een dagboek in de oorlog.
het dagelijksA1
diariamente
Ik oefen dagelijks een half uur.
dagenB1
daagde · hebben gedaagd
citar (a juicio); amanecer
De buurman werd voor de rechter gedaagd.
het dakA2
tejado
Het dak lekt bij zware regen.
de dakconstructieB2
estructura del tejado
De dakconstructie moet vernieuwd worden.
de dakloosheidB2
sinhogarismo
Dakloosheid neemt ook onder jongeren toe.
het dalB1
valle
In het dal is het warmer.
dalenB1
daalde · zijn gedaald
bajar, descender
De prijs van benzine is deze maand gedaald.
de dalingB2
descenso
Na de piek volgde een scherpe daling.
de dameA2
dama, señora
De dame achter de balie helpt u graag verder.
danA1
entonces, luego
Eerst eten, dan afwassen.
dankbaarB2
agradecido
Ik ben je heel dankbaar voor je hulp.
de dankbaarheidB2
gratitud
Hij sprak zijn dankbaarheid uit.
dankenB1
dankte · hebben gedankt
agradecer; deber (a)
Ik wil iedereen danken voor de hulp bij de verhuizing.
dankjewelA1
gracias
Dankjewel voor je hulp.
dankzijB1
gracias a
Dankzij jouw hulp heb ik het examen gehaald.
de dansA2
baile
Op de bruiloft deed iedereen mee aan de dans.
dansenA2
danste · hebben gedanst
bailar
Op het feest werd er gedanst.

