Vocabulario
1784 palabras · página 50 de 72
de samenwerkingA2
colaboración
De samenwerking tussen de afdelingen verloopt goed.
het sapA1
zumo
Een glas sap, alstublieft.
de sausA1
salsa
Wil je saus bij de patat?
de schaarA1
tijeras
Heb je een schaar voor me?
de schadeA2
daño
De storm heeft veel schade aan de daken veroorzaakt.
scheidenA1irregular
scheidde · scheidden · zijn gescheiden
divorciarse
Mijn ouders zijn gescheiden.
het schermA2
pantalla (de móvil, de cine)
Het scherm van mijn laptop is kapot.
scherpA2
afilado
Pas op, dat mes is heel scherp.
het schilderijA2
cuadro
Het schilderij hangt in het Rijksmuseum.
de schimmelA2
moho
In de badkamer zit schimmel op de muur.
het schipA2
barco, buque
Het schip vaart vanavond van Rotterdam naar Engeland.
de schoenA1
zapato
Deze schoen past niet, hij is te klein.
de schoolA1
escuela
Mijn kinderen gaan hier naar school.
de schoolgidsA2
guía escolar
In de schoolgids staan alle regels.
de schooltijdA2
horario escolar
Na schooltijd gaan de kinderen naar de opvang.
de schoolvakantieA2
vacaciones escolares
In de schoolvakantie zijn de lessen vrij.
schoonA1
limpio
De keuken is weer schoon.
de schoondochterA1
nuera
Onze schoondochter komt uit Spanje.
het schoonmaakmiddelA2
producto de limpieza
Dit schoonmaakmiddel werkt goed op tegels.
schoonmakenA2separable
maakte schoon · hebben schoongemaakt
limpiar
Op zaterdag maak ik het huis schoon.
de schoonmoederA1
suegra
Mijn schoonmoeder komt zondag eten.
de schoonvaderA1
suegro
Mijn schoonvader helpt vaak in de tuin.
de schoonzoonA1
yerno
Haar schoonzoon werkt in de bouw.
de schoonzusA1
cuñada
Mijn schoonzus komt uit Italië.
de schoorsteenA1
chimenea
Uit de schoorsteen komt rook.

