Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

223 palabras · página 5 de 9

  • moetenA1irregular

    moest · moesten · hebben gemoeten

    tener que

    Ik moet nu weg.

  • mogenA1irregular

    mocht · mochten · hebben gemogen

    poder (permiso)

    Mag ik hier zitten?

  • nadenkenA2separableirregular

    dacht na · dachten na · hebben nagedacht

    reflexionar

    Ik moet er nog even over nadenken.

  • nakijkenA2separableirregular

    keek na · keken na · hebben nagekeken

    corregir

    De docent moet vanavond nog veertig toetsen nakijken.

  • navragenB1separableirregular

    vroeg na · vroegen na · hebben nagevraagd

    consultar, averiguar

    Ik zal het even navragen bij de gemeente.

  • nemenA1irregular

    nam · namen · hebben genomen

    tomar

    Ik neem de trein van acht uur.

  • omgaanB1separableirregular

    ging om · gingen om · zijn omgegaan

    manejar, tratar (omgaan met)

    Hoe ga je om met stress op je werk?

  • onderbrekenB2irregular

    onderbrak · onderbraken · hebben onderbroken

    interrumpir

    Laat hem uitspreken en onderbreek hem niet.

  • onderduikenB2separableirregular

    dook onder · doken onder · zijn ondergedoken

    esconderse

    Duizenden mensen moesten onderduiken.

  • ondernemenB2irregular

    ondernam · ondernamen · hebben ondernomen

    emprender, tomar (medidas)

    We moeten snel actie ondernemen tegen het probleem.

  • onderscheidenB2irregular

    onderscheidde · onderscheidden · hebben onderscheiden

    distinguir

    Onderscheid feiten van meningen.

  • onderzoekenA2irregular

    onderzocht · onderzochten · hebben onderzocht

    investigar

    Journalisten onderzoeken de zaak nog.


    examinar, reconocer (a un paciente)

    De huisarts onderzoekt haar knie.

  • ontbijtenA2irregular

    ontbeet · ontbeten · hebben ontbeten

    desayunar

    Wij ontbijten om zeven uur.

  • ontbrekenB2irregular

    ontbrak · ontbraken · hebben ontbroken

    faltar

    Op het formulier ontbreekt nog uw handtekening.

  • onthoudenA2irregular

    onthield · onthielden · hebben onthouden

    recordar, memorizar

    Ik kan die naam nooit onthouden.

  • ontradenB2irregular

    ontraadde · ontraadden · hebben ontraden

    desaconsejar

    De arts ontraadde die combinatie.

  • ontslaanA2irregular

    ontsloeg · ontsloegen · hebben ontslagen

    despedir

    Er worden dit jaar geen mensen ontslagen.

  • ontspannenB1irregular

    ontspande · ontspanden · hebben ontspannen

    relajarse

    In het weekend probeer ik te ontspannen.

  • ontstaanB1irregular

    ontstond · ontstonden · zijn ontstaan

    surgir, originarse

    Door de regen ontstonden er lange files.

  • ontvangenA1irregular

    ontving · ontvingen · hebben ontvangen

    recibir; acoger (visitas)

    Ik heb je bericht ontvangen.

  • ontwerpenB2irregular

    ontwierp · ontwierpen · hebben ontworpen

    diseñar

    Zij ontwerpt kleding voor een groot bedrijf.

  • opbergenA2separableirregular

    borg op · borgen op · hebben opgeborgen

    guardar (en su sitio)

    Berg je spullen op in de kast.

  • opgevenB2separableirregular

    gaf op · gaven op · hebben opgegeven

    rendirse

    Na drie pogingen gaf hij het op.


    indicar, facilitar (datos)

    Geef je gegevens op bij de inschrijving.

  • opnemenB1separableirregular

    nam op · namen op · hebben opgenomen

    contestar (el teléfono); grabar

    Ik bel hem al de hele dag, maar hij neemt niet op.


    retirar (dinero)

    Ik wil honderd euro van mijn rekening opnemen.

  • opschrijvenA2separableirregular

    schreef op · schreven op · hebben opgeschreven

    apuntar, anotar

    Kun je je telefoonnummer even voor mij opschrijven?