Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

106 palabras · página 5 de 5

  • het weerA1

    tiempo (clima)

    Het weer verandert hier snel.


    otra vez, de nuevo

    Hij is weer te laat op zijn werk gekomen.

  • wekelijksA1

    semanalmente

    De les is wekelijks op dinsdag.

  • welA1

    sí (afirmación enfática)

    Ik heb geen auto, maar wel een fiets.

  • zeldenA2

    raramente

    Ik ga zelden naar de bioscoop.

  • zomaarA2

    sin más, porque sí

    Hij kwam zomaar binnen zonder te kloppen.

  • zwartA1

    negro

    Hij heeft zwarte schoenen aan.


    en negro, sin declarar (trabajo)

    Zwart werken kan een hoge boete opleveren.