Vocabulario
Filtros
Secciones
Categorías gramaticales
5046 palabras · página 5 de 202
adresA1
dirección
Schrijf hier je adres op.
adresseringB2
dirección del envío
Controleer de adressering voordat je verstuurt.
advertentieB2
anuncio
De advertentie stond op de achterpagina.
advertentiebudgetB2
presupuesto publicitario
Het advertentiebudget is gehalveerd.
adviesB1
consejo
De arts gaf mij een goed advies.
adviserenB2
aconsejar
Ik adviseer je eerst te bellen.
advocaatB2
abogado
Zijn advocaat ging in beroep.
afbetalingB1
pago a plazos
Ik koop de wasmachine op afbetaling.
afbouwenB2
reducir progresivamente
Hij bouwt zijn uren langzaam af.
afdelingA2
departamento
Zij werkt op de afdeling verkoop.
afdelingshoofdB2
jefe de departamento
Het afdelingshoofd tekent voor akkoord.
afdingenB2
regatear
Op een markt mag je afdingen.
afgunstB2
envidia
Zijn succes wekte afgunst bij collega's.
afkeerB2
aversión
Hij heeft een sterke afkeer van geweld.
afkeuringB2
desaprobación
Zijn gedrag wekte brede afkeuring.
afkortingB2
abreviatura
Leg elke afkorting de eerste keer uit.
afleidenB2
deducir
Uit de tekst kun je afleiden dat hij twijfelt.
aflossenB1
amortizar
We lossen de lening in tien jaar af.
aflossingB2
amortización
De aflossing gaat elke maand automatisch af.
aflossingstermijnB1
plazo de amortización
De aflossingstermijn is tien jaar.
aflossingsvrijB2
sin amortización de capital
Een aflossingsvrije hypotheek is riskanter.
afmeldenB1
darse de baja
Vergeet niet je af te melden als je niet komt.
afnameB2
disminución
De afname is het sterkst onder jongeren.
afnamemomentB2
franja de examen
Je kiest zelf een afnamemoment.
afrekenenA2
pagar (en caja)
Ik ga even afrekenen.

