Vocabulario
3699 palabras · página 48 de 148
de hartslagA1
latido, pulso
Mijn hartslag gaat snel na het sporten.
hartstikkeA2
muy, súper (coloquial)
Het was hartstikke leuk op het feest!
hatenA1
haatte · hebben gehaat
odiar
Hij haat vergaderingen.
de havenA2
puerto
De boot ligt in de haven van Den Helder.
het hboB1
educación superior profesional
Na het mbo wil ze een opleiding op het hbo volgen.
hebbenA1irregular
had · hadden · hebben gehad
tener
Wij hebben twee kinderen.
(auxiliar del pretérito perfecto: haber)
Ik heb de brief gisteren al geschreven.
hedendaagsB1
contemporáneo
Het museum toont hedendaagse kunst uit Afrika.
heelA1
muy; entero
Het is heel warm vandaag.
heenA2
ida (ida y vuelta)
Ik heb een kaartje heen en terug gekocht.
de heerA2
caballero, señor (formal)
Geachte heer, hierbij reageer ik op uw advertentie.
heerlijkA2
delicioso
De soep van mijn moeder smaakt heerlijk.
heersenB1
heerste · hebben geheerst
reinar, imperar
In de stad heerste na de wedstrijd een feestelijke sfeer.
heetA2
muy caliente
Pas op, de thee is nog heel heet.
heftigB1
intenso, fuerte
Het gesprek met mijn baas was best heftig.
het hekA1
valla, verja
Doe het hek achter je dicht.
helaasA2
por desgracia
Helaas kan ik niet komen.
de heldB1
héroe
De brandweerman is een echte held voor de kinderen.
helderB1
claro, despejado
Na de regen is de lucht weer helder.
de heleboelA2
un montón
Ik heb nog een heleboel werk te doen.
helemaalA2
completamente
Ik ben de afspraak bij de tandarts helemaal vergeten.
de helftA1
la mitad
De helft van de klas was ziek.
de helikopterB1
helicóptero
Een helikopter bracht de patiënt naar het ziekenhuis.
de helmB1
casco
Op een scooter moet je een helm dragen.
helpenA1irregular
hielp · hielpen · hebben geholpen
ayudar
Kun je me even helpen?
de hemelA2
cielo
Vannacht is de hemel helder en zie je veel sterren.

