Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

4398 palabras · página 46 de 176

  • de fietspompA2

    bomba de bici

    Heb je een fietspomp voor me?

  • de fietsrouteA2

    ruta ciclista

    Deze fietsroute gaat door het bos.

  • het fietsslotA2

    candado de bici

    Vergeet je fietsslot niet.

  • de fietsstrookB2

    carril bici

    De fietsstrook is te smal.

  • de fietstochtB2

    ruta en bicicleta

    De fietstocht is veertig kilometer lang.

  • de fietstunnelB1

    túnel para bicis

    Neem de fietstunnel onder het spoor door.

  • de fietsveiligheidB1

    seguridad ciclista

    Verlichting is belangrijk voor je fietsveiligheid.

  • de fietsverhuurA2

    alquiler de bicis

    Bij het station is een fietsverhuur.

  • het figuurB1

    figura (dibujo)

    Kijk naar het figuur op pagina tien van het boek.

  • fijnstofB2

    partículas finas

    Fijnstof is schadelijk voor de longen.

  • de fileB1

    atasco

    Ik stond een uur in de file.

  • de filiaalmanagerB2

    gerente de sucursal

    De filiaalmanager beslist over de roosters.

  • de filmA1

    película

    We kijken vanavond een film.

  • de filmmakerB2

    cineasta

    De filmmaker werkte drie jaar aan de documentaire.

  • de filmopnameB2

    rodaje

    De filmopnames duurden zes weken.

  • het filmscriptB2

    guion cinematográfico

    In het filmscript staat elke zin uitgeschreven.

  • de filosofieB2

    filosofía

    Zij studeert filosofie aan de universiteit.

  • de filterbubbelB2

    burbuja de filtro

    Algoritmes kunnen een filterbubbel creëren.

  • de finaleB1

    final

    Ons team heeft de finale van het toernooi gehaald.

  • de financiënB1

    finanzas

    Mijn financiën zijn nu weer op orde.

  • de financieringB2

    financiación

    De financiering van het project is nog niet rond.

  • de financieringsbronB2

    fuente de financiación

    Subsidie is niet de enige financieringsbron.

  • de firmaB2

    empresa, firma

    Hij werkt al jaren bij een kleine firma in Delft.

  • de flatA2

    bloque de pisos

    Wij wonen op de vierde verdieping van een flat.

  • de flesA1

    botella

    Er staat een fles wijn op tafel.