Vocabulario
4398 palabras · página 43 de 176
het energieverbruikB2
consumo energético
Het energieverbruik van dit huis is laag.
het EngelsA1
inglés (idioma)
Mijn kinderen spreken thuis Nederlands en op school Engels.
de enkelA1
tobillo
Ik heb mijn enkel verzwikt.
único, alguno; solo
Er is geen enkele reden om je zorgen te maken.
het enthousiasmeB2
entusiasmo
Ze begon vol enthousiasme aan het project.
de entreekaartB1
entrada
De entreekaart kost twaalf euro.
de envelopA1
sobre
Doe de brief in een envelop.
de epidemieB2
epidemia
Tijdens de epidemie werkten veel mensen thuis.
de epidemioloogB2
epidemiólogo
De epidemioloog legde de cijfers uit.
de erfbelastingB2
impuesto de sucesiones
Over de erfenis moet erfbelasting betaald worden.
de erfenisB2
herencia
De erfenis werd onder drie kinderen verdeeld.
het erfgoedB2
patrimonio (cultural)
De molens horen bij ons cultureel erfgoed.
de erfpachtB2
derecho de superficie
In Amsterdam staat veel grond in erfpacht.
de ergernisB2
fastidio
De vertragingen wekken veel ergernis.
de ergotherapeutB2
terapeuta ocupacional
De ergotherapeut past de woning aan.
de erkenningB2
reconocimiento
Zij zocht vooral erkenning voor haar inzet.
de ernstB2
gravedad, seriedad
De dokter kon de ernst van de ziekte nog niet zeggen.
de ervaringA2
experiencia
Voor deze functie is ervaring nodig.
de erwtA1
guisante
In de soep zitten erwten en wortels.
de escalatieB2
escalado del problema
Bij escalatie ga je naar de directie.
de essentieB2
esencia
Dat is niet de essentie van het probleem.
etenA1irregular
at · aten · hebben gegeten
comer
Wij eten meestal om zes uur.
het eten
comida
Nederlands eten is soms heel simpel.
de ethiekB2
ética
De ethiek van dit onderzoek is omstreden.
het etiketA2
etiqueta
Kijk even op het etiket.
het eufemismeB2
eufemismo
'Reorganisatie' is vaak een eufemisme voor ontslagen.
de euforieB2
euforia
Na de overwinning heerste er euforie.

