Vocabulario
1053 palabras · página 41 de 43
de werkplekA2
puesto de trabajo
Mijn werkplek is bij het raam.
de werktijdA2
horario laboral
Mijn werktijd is van acht tot vijf.
de werkweekA2
semana laboral
Een werkweek is hier 36 uur.
het westenA2
oeste
De zon gaat onder in het westen.
de wetA1
ley
Dat is bij wet verboden.
de wetenschapA2
ciencia
De wetenschap is het hier niet over eens.
de wijkA2
barrio (de la ciudad)
Wij wonen in een rustige wijk aan de rand van de stad.
de wijnA2
vino
Bij het eten drinken ze een glas rode wijn.
de winkelA2
tienda
De winkel is op zondag gesloten.
het winkelcentrumA2
centro comercial
Het winkelcentrum is net verbouwd.
de winkelierA2
comerciante
De winkelier kent al zijn klanten.
de winkelketenA2
cadena de tiendas
Deze winkelketen heeft filialen door het hele land.
het winkelmandjeA2
cesta de la compra
Voor een paar dingen pak ik een winkelmandje.
het winkelpersoneelA2
personal de la tienda
Het winkelpersoneel helpt je graag.
de winkeltijdenA2
horario comercial
De winkeltijden staan op de deur.
de winkelwagenA2
carrito
Voor een winkelwagen heb je een muntje nodig.
de winnaarA2
ganador
De winnaar krijgt een prijs van honderd euro.
de winterA1
invierno
De winter is hier nat en koud.
de woensdagA1
miércoles
Woensdag zijn de kinderen vrij.
de wondA1
herida
Maak de wond eerst schoon.
de wondverzorgingA2
cura de la herida
De verpleegkundige doet de wondverzorging.
de woningA2
vivienda
Een betaalbare woning vinden is moeilijk.
de woningcorporatieA2
empresa de vivienda social
De woningcorporatie verhuurt sociale woningen.
de woonadresA2
domicilio
Geef je nieuwe woonadres door aan de gemeente.
de woonkamerA1
salón
De woonkamer is het grootst.

