Vocabulario
Filtros1
104 palabras · página 4 de 5
plaatsvindenB1separableirregular
vond plaats · vonden plaats · hebben plaatsgevonden
tener lugar
De bijeenkomst vindt plaats in het buurthuis.
samenlevenB1separable
leefde samen · hebben samengeleefd
convivir
Samenleven met verschillende culturen vraagt inzet.
samenwerkenB1separable
werkte samen · hebben samengewerkt
colaborar
We moeten beter samenwerken.
schoonmakenA2separable
maakte schoon · hebben schoongemaakt
limpiar
Op zaterdag maak ik het huis schoon.
terugbellenB1separable
belde terug · hebben teruggebeld
devolver la llamada
Kunt u mij vanmiddag terugbellen?
terugbetalenA2separable
betaalde terug · hebben terugbetaald
devolver (dinero)
Ik betaal je volgende week terug.
terugkerenB1separable
keerde terug · zijn teruggekeerd
regresar, volver
Na de vakantie keerde hij terug naar Nederland.
terugkomenA2separableirregular
kwam terug · kwamen terug · zijn teruggekomen
volver
Hij komt volgende week terug.
thuisblijvenA2separableirregular
bleef thuis · bleven thuis · zijn thuisgebleven
quedarse en casa
Ik blijf vandaag thuis.
toegevenB1separableirregular
gaf toe · gaven toe · hebben toegegeven
admitir
Ze gaf toe dat ze fout zat.
ceder
Uiteindelijk gaf hij toe aan de druk van zijn collega's.
toestaanA2separableirregular
stond toe · stonden toe · hebben toegestaan
permitir
Honden zijn hier niet toegestaan.
toevoegenB1separable
voegde toe · hebben toegevoegd
añadir
Voeg nog een beetje zout aan de soep toe.
uitbreidenB1separable
breidde uit · hebben uitgebreid
ampliar, extender
Het bedrijf wil volgend jaar het team uitbreiden.
uitgaanB1separableirregular
ging uit · gingen uit · zijn uitgegaan
salir (de fiesta)
Vroeger gingen we elk weekend uit.
partir de, dar por supuesto
We gaan ervan uit dat iedereen op tijd komt.
uitgevenA2separableirregular
gaf uit · gaven uit · hebben uitgegeven
gastar
Ik geef te veel geld uit aan eten.
publicar, editar
Die uitgeverij geeft vooral kinderboeken uit.
uitkomenA2separableirregular
kwam uit · kwamen uit · zijn uitgekomen
venir bien
Komt dinsdag jou goed uit?
resultar, salir a la luz
Later kwam uit dat de cijfers niet klopten.
uitleggenB1separable
legde uit · hebben uitgelegd
explicar
Kun je dat nog een keer uitleggen?
uitnodigenB1separable
nodigde uit · hebben uitgenodigd
invitar
Ze hebben ons uitgenodigd voor het feest.
uitrustenB1separable
rustte uit · hebben uitgerust
descansar
Na die drukke week moet ik even uitrusten.
equipar, dotar
De nieuwe auto is uitgerust met airco.
uitstappenA2separable
stapte uit · zijn uitgestapt
bajar (de un vehículo)
Bij welke halte moet ik uitstappen?
uitvoerenB1separable
voerde uit · hebben uitgevoerd
realizar, llevar a cabo
De schilder voert de opdracht volgende week uit.
uitzoekenA2separableirregular
zocht uit · zochten uit · hebben uitgezocht
averiguar
Ik zoek uit wat de regels precies zijn.
voorbereidenA2separable
bereidde voor · hebben voorbereid
preparar (algo)
We bereiden de vergadering samen voor.
zich voorbereidenreflexivo
prepararse
Ik bereid me voor op het examen.
voorkomenA1separableirregular
kwam voor · kwamen voor · zijn voorgekomen
ocurrir, darse
Dat probleem komt hier vaak voor.
voorlezenA2separableirregular
las voor · lazen voor · hebben voorgelezen
leer en voz alta
Wil je mij de brief van de school even voorlezen?

