Vocabulario
Filtros1
115 palabras · página 4 de 5
snijdenA2irregular
sneed · sneden · hebben gesneden
cortar
Snijd de groente in kleine stukjes.
sprekenA1irregular
sprak · spraken · hebben gesproken
hablar
Spreekt u Nederlands?
springenA1irregular
sprong · sprongen · hebben/zijn gesprongen
saltar
Hij sprong over de sloot.
staanA1irregular
stond · stonden · hebben gestaan
estar de pie
De auto staat voor het huis.
poner, decir (en un texto)
In de e-mail staat dat de cursus in september begint.
stelenA2irregular
stal · stalen · hebben gestolen
robar
Iemand heeft gisteren mijn fiets gestolen.
terugkomenA2separableirregular
kwam terug · kwamen terug · zijn teruggekomen
volver
Hij komt volgende week terug.
thuisblijvenA2separableirregular
bleef thuis · bleven thuis · zijn thuisgebleven
quedarse en casa
Ik blijf vandaag thuis.
toestaanA2separableirregular
stond toe · stonden toe · hebben toegestaan
permitir
Honden zijn hier niet toegestaan.
uitgevenA2separableirregular
gaf uit · gaven uit · hebben uitgegeven
gastar
Ik geef te veel geld uit aan eten.
publicar, editar
Die uitgeverij geeft vooral kinderboeken uit.
uitkomenA2separableirregular
kwam uit · kwamen uit · zijn uitgekomen
venir bien
Komt dinsdag jou goed uit?
resultar, salir a la luz
Later kwam uit dat de cijfers niet klopten.
uitzoekenA2separableirregular
zocht uit · zochten uit · hebben uitgezocht
averiguar
Ik zoek uit wat de regels precies zijn.
vallenA1irregular
viel · vielen · zijn gevallen
caer
Pas op, je valt bijna.
caer (en una fecha)
Mijn verjaardag valt dit jaar op een zondag.
verbiedenA2irregular
verbood · verboden · hebben verboden
prohibir
Roken is in het gebouw verboden.
vergelijkenA2irregular
vergeleek · vergeleken · hebben vergeleken
comparar
Vergelijk beide teksten met elkaar.
vergetenA1irregular
vergat · vergaten · hebben vergeten
olvidar
Ik ben mijn telefoon vergeten.
verkopenA1irregular
verkocht · verkochten · hebben verkocht
vender
Ze verkopen hier verse groente.
verliezenA2irregular
verloor · verloren · hebben/zijn verloren
perder
Ons team heeft de wedstrijd met twee tegen één verloren.
vermijdenA2irregular
vermeed · vermeden · hebben vermeden
evitar
Probeer de spits te vermijden.
zich verslapenA2reflexivoirregular
versliep · versliepen · hebben verslapen
quedarse dormido
Ik heb me verslapen en kwam te laat.
vertrekkenA2irregular
vertrok · vertrokken · zijn vertrokken
salir, partir
De trein vertrekt over vijf minuten.
verwijzenA2irregular
verwees · verwezen · hebben verwezen
referirse
De auteur verwijst naar eerder onderzoek.
vindenA1irregular
vond · vonden · hebben gevonden
encontrar; opinar
Ik kan het niet vinden.
vliegenA2irregular
vloog · vlogen · hebben/zijn gevlogen
volar
We vliegen volgende week naar Marokko.
voorkomenA1separableirregular
kwam voor · kwamen voor · zijn voorgekomen
ocurrir, darse
Dat probleem komt hier vaak voor.
voorkómenA2irregular
voorkwam · voorkwamen · hebben voorkomen
prevenir, evitar
Met een goede planning voorkom je veel stress.

