Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

102 palabras · página 4 de 5

  • snelA1

    rápido

    Hij loopt heel snel.

  • sociaalA1

    social

    Hij is heel sociaal en maakt snel contact.

  • sterkA1

    fuerte

    Hij is heel sterk.


    fuerte, cargado (café o té)

    Ik drink 's ochtends graag sterke koffie.

  • stilA1

    silencioso

    Wees even stil, alsjeblieft.

  • het stukA1

    trozo

    Wil je een stuk taart?


    roto, averiado

    De lift is al een week stuk.

  • suikervrijA1

    sin azúcar

    Deze thee is suikervrij.

  • trotsA1

    orgulloso; orgullo

    Ze is trots op wat ze bereikt heeft.

  • veiligA1

    seguro (sin peligro)

    Werk altijd veilig met deze machine.

  • verloofdA1

    prometido

    Ze zijn sinds vorige maand verloofd.

  • verschillendA1

    diferente

    We hebben verschillende opties bekeken.

  • vierkantA1

    cuadrado

    Het plein is bijna vierkant.

  • viesA1

    sucio

    Je schoenen zijn vies.


    asqueroso, malo (de sabor u olor)

    Deze medicijnen smaken behoorlijk vies.

  • volA1

    lleno

    De bus is helemaal vol.

  • volgendA1

    próximo

    Volgende week begin ik met de cursus.

  • vorigA1

    anterior, pasado

    Vorig jaar woonde ik nog in Polen.

  • vrijA1

    libre

    Is deze stoel vrij?

  • vroegA1

    temprano

    Ik sta elke dag vroeg op.

  • wakkerA1

    despierto

    Ik word elke ochtend om zes uur wakker.

  • warmA1

    caliente

    De soep is nog warm.

  • weinigA1

    poco

    Ik heb weinig tijd.

  • witA1

    blanco

    De muren zijn wit geverfd.

  • zachtA1

    blando, suave

    Dit kussen is lekker zacht.


    bajo, suave (de sonido)

    Praat wat zachter, de kinderen slapen al.

  • zekerA1

    seguro

    Weet je dat zeker?

  • ziekA1

    enfermo

    Ik ben vandaag ziek.

  • het zoutA1

    sal

    Er zit te veel zout in.


    salado

    De soep is me veel te zout.