Vocabulario
1768 palabras · página 38 de 71
het nieuwsA1
noticias
Ik volg het nieuws elke ochtend.
het niveauA2
nivel
Op welk niveau zit je nu?
het noordenA2
norte
Groningen ligt in het noorden van Nederland.
de nootA1
nuez
Ik ben allergisch voor noten.
nota (musical)
Bij deze noot moet je het pedaal indrukken.
de notitieB1
apunte, nota
Ik maakte een notitie tijdens het gesprek.
novemberA1
noviembre
November is een donkere maand.
het nummerA1
número
Wat is het nummer van je huis?
de oceaanA2
océano
De oceaan neemt veel warmte op.
de ochtendA1
mañana (parte del día)
In de ochtend drink ik koffie.
het oefenexamenB1
examen de práctica
Maak eerst een oefenexamen.
de oefeningA2
ejercicio
Maak oefening drie op bladzijde tien.
het oefenmateriaalB1
material de práctica
Er is genoeg oefenmateriaal online beschikbaar.
de oefentoetsA2
prueba de práctica
Maak eerst een oefentoets.
oktoberA1
octubre
In oktober vallen de bladeren.
de olieA2
aceite
Bak het in een beetje olie.
de olijfA1
aceituna
Wil je olijven bij de borrel?
de omaA1
abuela
Mijn oma woont in een klein dorp.
de omgevingA2
alrededores, entorno
In de omgeving van ons huis zijn veel parken.
de omleidingB1
desvío
Er is een omleiding vanwege wegwerkzaamheden.
het onderdeelB1
parte, componente
Spreken is een onderdeel van het examen.
het onderhoudA2
mantenimiento
Het onderhoud van de tuin kost tijd.
de ondernemerA2
empresario
Als ondernemer draag je zelf het risico.
het onderwerpA2
tema
Dat is een moeilijk onderwerp.
het onderwijsA2
educación, enseñanza
In Nederland is het onderwijs voor kinderen gratis.
het onderzoekA1
examen, estudio
Het onderzoek liet niets bijzonders zien.

