Vocabulario
6551 palabras · página 36 de 263
de boonA1
judía
Er staan bonen op het menu.
de boordB1
a bordo
Alle passagiers zijn nu aan boord van het vliegtuig.
de boormachineB2
taladro
Mag ik je boormachine even lenen?
boosA2
enfadado
Hij was boos op zijn collega.
de bootA2
barco
We gaan met de boot naar Texel.
het bordA1
plato
Zet de borden op tafel.
cartel, señal
Op het bord staat dat je hier niet mag parkeren.
borenB2
boorde · hebben geboord
taladrar
De buurman boort al de hele ochtend gaten in de muur.
de borgA2
fianza
De borg krijg je later terug.
de borgsomB2
fianza
De borgsom krijg je terug bij vertrek.
de borrelB2
copas informales
Na het werk is er een borrel.
de borstA1
pecho
Hij voelt pijn op zijn borst.
de borstvoedingB2
lactancia materna
Zij geeft de eerste maanden borstvoeding.
het bosA2
bosque
We wandelen graag in het bos.
de bos
ramo, manojo
Hij kwam thuis met een bos bloemen voor zijn moeder.
het bosbeheerB2
gestión forestal
Duurzaam bosbeheer levert een keurmerk op.
het bosgebiedB1
zona boscosa
Het bosgebied is beschermd.
de boterA1
mantequilla
Doe wat boter op je brood.
de boterhamA1
rebanada de pan
Ik neem twee boterhammen mee.
de bouwB1
construcción
Mijn broer werkt al twintig jaar in de bouw.
bouwenA2
bouwde · hebben gebouwd
construir
Hier gaan ze honderd nieuwe woningen bouwen.
de bouwsectorB2
sector de la construcción
In de bouwsector is een groot personeelstekort.
de bouwtekeningB2
plano de obra
Op de bouwtekening staat alles ingetekend.
bovenA1
arriba
De slaapkamers zijn boven.
bovenaanB1
arriba del todo
Schrijf je naam bovenaan het formulier.
bovendienA2
además
Het is duur en bovendien ver weg.
bovenstaandB2
anterior, arriba indicado
Lees de bovenstaande tekst en beantwoord de vragen.

