Vocabulario
2767 palabras · página 33 de 111
de goedendagA1
buenas (saludo formal)
Goedendag, waarmee kan ik u helpen?
goedkoopA2
barato
Deze winkel is vrij goedkoop.
gooienA2
gooide · hebben gegooid
tirar, lanzar
Gooi het papier in de blauwe container.
de gootsteenA1
fregadero
De vuile borden staan in de gootsteen.
het gordijnA2
cortina
Doe de gordijnen even dicht.
het goudA2
oro
Haar ring is van echt goud.
goudenB1
de oro, dorado
Zij kreeg een gouden ketting voor haar verjaardag.
graagA1
con gusto
Ik drink graag koffie.
het gramA2
gramo
Ik heb 500 gram kaas gekocht.
de grammaticaA2
gramática
De grammatica vind ik het moeilijkst.
de grapA2
chiste
Die grap viel verkeerd.
grappigA2
gracioso
Mijn broer vertelt altijd grappige verhalen.
het grasB1
hierba
Het gras moet gemaaid worden.
gratisA1
gratis
De eerste les is gratis.
de grensA2
frontera; límite
Bij de grens met Duitsland is geen controle meer.
de griepA2
gripe
Half kantoor heeft de griep.
de griepprikA2
vacuna de la gripe
Ouderen krijgen elk jaar een griepprik.
grijsA1
gris
De lucht is vandaag grijs.
de groeiB1
crecimiento
De groei van de economie was dit jaar klein.
groeienA2
groeide · zijn gegroeid
crecer
De tomaten groeien goed in de warme kas.
groenA1
verde
Het licht is groen, je mag gaan.
het groengebiedB1
zona verde
Er komt een nieuw groengebied bij de wijk.
de groenstrookB1
franja verde
Langs de weg ligt een brede groenstrook.
de groenteA2
verdura
Eet elke dag genoeg groente.
de groenvoorzieningB1
zonas verdes públicas
De gemeente onderhoudt de groenvoorziening.

