Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

6551 palabras · página 32 de 263

  • bijkomenB1separableirregular

    kwam bij · kwamen bij · zijn bijgekomen

    reponerse

    Ik ben nog aan het bijkomen van de reis.

  • de bijlageB1

    adjunto

    In de bijlage vindt u mijn cv.

  • de bijlesB1

    clases de apoyo

    Hij krijgt bijles voor Nederlands.

  • bijnaA1

    casi

    Ik ben bijna klaar.

  • de bijnaamB1

    apodo

    Op school had hij een grappige bijnaam.

  • de bijrijderB1

    copiloto

    De bijrijder leest de route voor.

  • de bijscholingB2

    formación continua

    Het bedrijf investeert in bijscholing.

  • de bijsluiterB1

    prospecto

    Lees altijd de bijsluiter van je medicijn.

  • de bijstandB1

    ayuda social

    Zonder werk en zonder geld kun je bijstand aanvragen.

  • de bijtellingB2

    retribución en especie imputable

    Voor een auto van de zaak geldt bijtelling.

  • bijtenA2irregular

    beet · beten · hebben gebeten

    morder

    Pas op met die hond, hij bijt soms.

  • bijvoorbeeldA1

    por ejemplo

    Neem bijvoorbeeld de bus van acht uur.

  • bijwerkenB2separable

    werkte bij · hebben bijgewerkt

    actualizar; retocar

    Werk je cv bij voordat je gaat solliciteren.

  • de bijwerkingB1

    efecto secundario

    Dit medicijn heeft weinig bijwerkingen.

  • bijziendB2

    miope

    Hij is bijziend en draagt een bril.

  • de bijzinB2

    oración subordinada

    De bijzin begint met 'omdat'.

  • bijzonderA2

    especial, extraordinario

    Het was een bijzondere dag voor onze familie.

  • het biljetA2

    billete (de banco)

    Kunt u dit biljet van vijftig wisselen?

  • het billboardB2

    valla publicitaria

    Langs de snelweg staat een groot billboard.

  • bindenB1irregular

    bond · bonden · hebben gebonden

    atar

    Bind de fiets goed vast aan het hek.

  • binnenA1

    dentro

    Kom binnen, het is koud buiten.

  • binnenkomenA2separableirregular

    kwam binnen · kwamen binnen · zijn binnengekomen

    entrar

    Kom binnen, de deur is open!

  • binnenkortA2

    próximamente

    Binnenkort gaan we verhuizen naar een groter huis.

  • het binnenlandB2

    interior (del país)

    Het journaal begint met nieuws uit het binnenland.

  • binnenlandsB1

    nacional, interior

    Er zijn veel binnenlandse vluchten in Spanje.