Vocabulario
1756 palabras · página 3 de 71
allesA1
todo
Alles is klaar.
alsA1
si, cuando
Als het regent, blijven we binnen.
alsjeblieftA1
por favor; aquí tienes
Hier is je koffie, alsjeblieft.
altijdA1
siempre
Hij komt altijd te laat.
alweerA2
otra vez
Het regent alweer, de hele week al.
de ambulanceA2
ambulancia
Bel 112 voor een ambulance.
de analyseA2
análisis
Uit de analyse blijkt iets anders.
anderA1
otro
Heb je een andere maat?
andersA2
diferente; si no
Hij ziet er nu heel anders uit dan vroeger.
de angstA2
miedo, angustia
Zijn angst om te falen hield hem tegen.
het antwoordA1
respuesta
Ik heb nog geen antwoord op mijn e-mail gekregen.
antwoordenA2
antwoordde · hebben geantwoord
responder
Hij antwoordde niet op mijn vraag.
apartA1
por separado
We betalen apart.
de apotheekA2
farmacia
De apotheek is naast de huisarts.
de appA1
aplicación, app
Met deze app kun je een treinkaartje kopen.
mensaje (de chat)
Ik stuur je vanavond een app.
het apparaatA2
aparato
Zet het apparaat uit voordat je het schoonmaakt.
het appartementA2
piso
Zij huurt een klein appartement.
de appelA1
manzana
Ik neem een appel mee naar mijn werk.
appenA2
appte · hebben geappt
escribir por chat
Ik app je zodra ik op het station ben.
aprilA1
abril
In april bloeien de bloemen.
de arbeidsovereenkomstA2
contrato de trabajo
De arbeidsovereenkomst is voor een jaar.
de armA1
brazo
Mijn arm is stijf.
pobre
Veel arme gezinnen krijgen hulp van de gemeente.
het artikelA1
artículo
Ik heb een interessant artikel gelezen.
de artsA2
médico
De arts verwees haar door naar het ziekenhuis.
augustusA1
agosto
Augustus is vaak de warmste maand.

