Vocabulario
7085 palabras · página 283 de 284
zoveelA2
tanto
Ik heb nog nooit zoveel sneeuw gezien.
zoverB1
listo; hasta ese punto
Ben je zover, kunnen we vertrekken?
zowatB1
casi, más o menos
Hij heeft zowat alles al gezien in zijn leven.
zowelB1
tanto … como
Zowel mijn broer als mijn zus woont in Utrecht.
zozeerB1
tanto, hasta tal punto
Het gaat niet zozeer om het geld, maar om respect.
zuchtenB2
zuchtte · hebben gezucht
suspirar
Hij zuchtte diep en zei niets.
zuidelijkB1
meridional, del sur
In het zuidelijke deel van het land is het heuvelachtig.
het zuidenA2
sur
In het zuiden van Nederland is het vaak warmer.
de zuigelingB2
lactante
Een zuigeling slaapt het grootste deel van de dag.
zuigenB2irregular
zoog · zogen · hebben gezogen
chupar
De baby zuigt op zijn duim.
zuinigB1
económico, ahorrador
Met een zuinige auto bespaar je veel op benzine.
zuiverenB1
zuiverde · hebben gezuiverd
depurar, purificar
Deze installatie zuivert het water uit de rivier.
zulkB1
tal, tan
Zulk mooi weer hebben we lang niet gehad.
zullenA1irregular
zou · zouden
ir a (futuro)
Zullen we koffie drinken?
de zusA1
hermana
Ik bel mijn zus elke week.
zuurA2
agrio
De melk is zuur geworden.
de zuurstofB2
oxígeno
De patiënt kreeg extra zuurstof via een slangetje.
zwaaienA2
zwaaide · hebben gezwaaid
saludar con la mano, agitar
De kinderen zwaaien naar de trein.
de zwaanB2
cisne
De zwaan verdedigt haar jongen.
zwaarA2
pesado
Deze koffer is te zwaar voor het vliegtuig.
de zwaartekrachtB2
gravedad
Zonder zwaartekracht zweeft alles.
de zwagerA1
cuñado
Mijn zwager woont in Rotterdam.
zwakA1
débil
Na de griep voelde ik me zwak.
zwangerA2
embarazada
Mijn zus is zeven maanden zwanger.
de zwangerschapB2
embarazo
Tijdens de zwangerschap ging zij minder werken.

