Vocabulario
7085 palabras · página 281 de 284
zolangB1
mientras (que), siempre que
Je mag hier blijven zolang je wilt.
de zolderA1
desván
De oude spullen liggen op zolder.
zomaarA2
sin más, porque sí
Hij kwam zomaar binnen zonder te kloppen.
de zomerA1
verano
In de zomer gaan we naar het strand.
de zonA2
sol
De zon schijnt eindelijk.
de zondagA1
domingo
Zondag zijn veel winkels dicht.
de zondeB1
pecado; lástima
Het is zonde om zoveel eten weg te gooien.
zonderA1
sin
Koffie zonder suiker, alstublieft.
de zoneB1
zona (delimitada)
In deze zone mag je maar dertig kilometer per uur rijden.
het zonlichtB1
luz solar
De kamer krijgt veel zonlicht.
de zonne-energieB2
energía solar
Wij wekken zelf zonne-energie op.
het zonnepaneelB2
panel solar
Steeds meer huizen hebben zonnepanelen.
het zonneparkB2
parque solar
Het zonnepark ligt naast de snelweg.
zonnigA2
soleado
Morgen wordt het zonnig en warm weer.
de zonsondergangB1
puesta de sol
We keken naar de zonsondergang op het strand.
de zonsopgangB1
amanecer
In de zomer is de zonsopgang heel vroeg.
de zonurenB2
horas de sol
Deze maand telde weinig zonuren.
de zonweringB2
protección solar
Met zonwering blijft het binnen koel.
het zoogdierB2
mamífero
De vleermuis is het enige vliegende zoogdier.
de zoomB2
dobladillo
De zoom van de broek is te lang.
zoomenB2
zoomde · hebben gezoomd
hacer zoom
Je kunt op de kaart zoomen om de straat te zien.
de zoonA1
hijo
Hun zoon gaat naar school.
de zorgA2
cuidado, atención (sanitaria)
De zorg in Nederland is goed geregeld.
preocupación
Maak je geen zorgen, het komt wel goed.
zorgenA2
zorgde · hebben gezorgd
encargarse; cuidar
Ik zorg dat het op tijd klaar is.
de zorgethiekB2
ética del cuidado
Zorgethiek gaat over wat goede zorg is.

