Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

6551 palabras · página 28 de 263

  • betekenenA1

    betekende · hebben betekend

    significar

    Wat betekent dit woord?

  • de betekenisA2

    significado

    Zoek de betekenis van dit woord op in het woordenboek.

  • betekenisvolB2

    trascendente

    Het was een betekenisvol gesprek.

  • beterA1

    mejor

    Ik voel me vandaag al beter.

  • beterschapA2

    que te mejores

    Beterschap, hopelijk voel je je snel beter!

  • betogenB2

    betoogde · hebben betoogd

    argumentar

    De auteur betoogt dat het anders moet.

  • het betonB2

    hormigón

    De nieuwe brug is helemaal van beton.

  • het betoogB2

    argumento, exposición

    Haar betoog was helder opgebouwd.

  • betrappenB2

    betrapte · hebben betrapt

    pillar, sorprender

    De winkeldief werd door een camera betrapt.

  • betreffenB1irregular

    betrof · betroffen · hebben betroffen

    referirse a, tratarse de

    Deze brief betreft uw aanvraag voor huurtoeslag.

  • betrekkenB1irregular

    betrok · betrokken · hebben betrokken

    involucrar

    De gemeente wil de bewoners bij het plan betrekken.

  • de betrekkingB1

    relación (referirse a)

    Mijn vraag heeft betrekking op de nieuwe regels.

  • betreurenB2

    betreurde · hebben betreurd

    lamentar

    Wij betreuren deze beslissing.

  • betrokkenB1

    implicado

    Alle medewerkers zijn bij het plan betrokken.

  • de betrokkenheidB2

    implicación

    De betrokkenheid van bewoners was groot.

  • betrouwbaarB2

    fiable

    Niet elke website is betrouwbaar.

  • de betrouwbaarheidB2

    fiabilidad

    De betrouwbaarheid van de cijfers is betwist.

  • het betrouwbaarheidsintervalB2

    intervalo de confianza

    Het betrouwbaarheidsinterval is breed.

  • de beugelB2

    aparato dental

    Zij draagt sinds een jaar een beugel.

  • de beukB2

    haya

    Voor ons huis staat een oude beuk.

  • de beursB1

    beca; bolsa; feria

    Zij kreeg een beurs om in het buitenland te studeren.

  • de beursgangB2

    salida a bolsa

    De beursgang is uitgesteld.

  • de beurtA2

    turno

    Jij bent aan de beurt, wat wilt u bestellen?

  • bevallenB1irregular

    beviel · bevielen · zijn bevallen

    dar a luz; gustar

    Mijn zus is vorige week bevallen van een dochter.


    gustar, agradar

    Hoe bevalt je nieuwe baan tot nu toe?

  • de bevallingA2

    parto

    De bevalling verliep zonder problemen.