Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

1768 palabras · página 26 de 71

  • het initiatiefB1

    iniciativa

    Zij neemt vaak zelf het initiatief.

  • de injectieB1

    inyección

    U krijgt een injectie in de arm.

  • het inkomenA2

    ingresos

    Zijn inkomen is dit jaar gestegen.

  • de inkomstenB1

    ganancias, ingresos

    De inkomsten uit verhuur zijn gedaald.

  • de inkomstenbelastingB1

    impuesto sobre la renta

    De inkomstenbelasting geef je jaarlijks aan.

  • de inkomstenbronB1

    fuente de ingresos

    Zijn enige inkomstenbron is zijn pensioen.

  • de inleidingB1

    introducción

    Begin je brief met een korte inleiding.

  • het inschrijfbewijsB1

    justificante de empadronamiento

    Bewaar je inschrijfbewijs van de gemeente.

  • het inschrijfgeldA2

    cuota de inscripción

    Het inschrijfgeld betaal je één keer.

  • de inschrijvingB1

    inscripción, empadronamiento

    Uw inschrijving bij de gemeente is verwerkt.

  • het insectB1

    insecto

    In de zomer zijn er veel insecten.

  • de inspraakB1

    participación, voz

    Bewoners kregen inspraak in het ontwerp.

  • de inspraakavondB1

    sesión vecinal de consulta

    Er komt een inspraakavond over het bouwplan.

  • de instantieB1

    organismo

    Neem contact op met de juiste instantie.

  • de instructieB1

    instrucción

    Lees de instructie voordat je de machine gebruikt.

  • de integratiecursusB1

    curso de integración

    Hij volgt een integratiecursus bij de gemeente.

  • de interesseB1

    interés (afición)

    Zij heeft veel interesse in geschiedenis.

  • het interviewA2

    entrevista

    Het interview duurde een half uur.

  • de invloedA2

    influencia

    Sociale media hebben veel invloed op jongeren.

  • de inwonerB1

    habitante

    Elke inwoner van de gemeente mag meedoen aan de enquête.

  • de inzetB1

    dedicación

    Zijn inzet voor het project was groot.

  • de isolatieA2

    aislamiento (térmico)

    Betere isolatie verlaagt de energierekening.

  • het jaarA1

    año

    Een jaar heeft twaalf maanden.

  • de jaaropgaveB1

    certificado anual de ingresos

    Bewaar je jaaropgave voor de belastingaangifte.

  • de jamA1

    mermelada

    Ik eet brood met jam.