Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

1053 palabras · página 26 de 43

  • de papaA1

    papá

    Papa brengt ons morgen met de auto naar school.

  • het papierA1

    papel

    Schrijf het op een blaadje papier.

  • de paprikaA1

    pimiento

    Snijd de paprika in reepjes.

  • de parapluA1

    paraguas

    Neem een paraplu mee, het gaat regenen.

  • het parkA1

    parque

    We wandelen graag in het park.

  • het parlementA2

    parlamento

    Het parlement stemde over het wetsvoorstel.

  • de participatieverklaringA2

    declaración de participación

    De participatieverklaring hoort bij de inburgering.

  • de partnerA1

    pareja

    Mijn partner werkt in het onderwijs.

  • pasA2

    no … hasta, recién

    De winkel gaat pas om tien uur open.


    de pas

    tarjeta

    Betaal je met je pas of contant?

  • de pastaA1

    pasta

    Vanavond maak ik pasta.

  • de patatA1

    patatas fritas

    Op vrijdag eten we patat.

  • de pauzeA2

    descanso

    We hebben om twaalf uur pauze.

  • de pechA2

    avería; mala suerte

    Ik had pech met de auto onderweg.

  • de peerA1

    pera

    Deze peer is heel zoet.

  • de penA1

    bolígrafo

    Heb je een pen voor me?

  • het pensioenA2

    pensión, jubilación

    Zij gaat volgend jaar met pensioen.

  • de peperA1

    pimienta

    Doe er wat peper op.

  • het perronA2

    andén

    De trein vertrekt van perron 5.

  • het personeelA2

    personal

    Het restaurant zoekt nieuw personeel.

  • de persoonA2

    persona (individuo)

    Deze kamer is geschikt voor één persoon.

  • de petA2

    gorra

    Mijn zoon draagt altijd een pet op zijn hoofd.

  • de pijnA1

    dolor

    Heb je veel pijn?

  • de pijnstillerA2

    analgésico

    Neem een pijnstiller tegen de hoofdpijn.

  • de pilA2

    pastilla

    Neem één pil bij het eten.

  • de pinbetalingA2

    pago con tarjeta

    Alleen pinbetaling is hier mogelijk.