Vocabulario
6551 palabras · página 249 de 263
het werkA1
trabajo
Ik ga om acht uur naar mijn werk.
de werk-privébalansB2
conciliación laboral y personal
Zijn werk-privébalans is zoek.
de werkafspraakA2
acuerdo de trabajo
We maken hierover een werkafspraak.
het werkbriefjeA2
hoja de horas
Lever je werkbriefje op vrijdag in.
het werkcollegeB2
seminario práctico
In het werkcollege oefen je in kleine groepen.
de werkdagA2
jornada laboral
Het was een lange werkdag.
het werkdocumentB1
documento de trabajo
Bewaar dit werkdocument goed.
de werkdrukB2
carga de trabajo
De werkdruk in de zorg is hoog.
werkelijkB1
realmente
Ik weet werkelijk niet wat ik moet doen.
de werkelijkheidB1
realidad
In werkelijkheid was het allemaal veel ingewikkelder.
werkenA1
werkte · hebben gewerkt
trabajar
Zij werkt in een ziekenhuis.
funcionar (un aparato)
De lift werkt vandaag niet.
de werkervaringB1
experiencia laboral
Voor deze baan is werkervaring vereist.
de werkgelegenheidB2
empleo
De fabriek zorgt voor veel werkgelegenheid.
het werkgelukB1
felicidad laboral
Werkgeluk hangt niet alleen van het salaris af.
de werkgeverA2
empleador
Mijn werkgever betaalt de cursus.
de werkgeversbijdrageB2
aportación del empleador
De werkgeversbijdrage aan het pensioen is fors.
het werkgeverschapB2
buenas prácticas del empleador
Goed werkgeverschap gaat verder dan het salaris.
de werkgeverslastenB2
cargas del empleador
De werkgeverslasten zijn dit jaar gestegen.
de werkgeversorganisatieB2
patronal
De werkgeversorganisatie onderhandelt namens de bedrijven.
de werkgeversverklaringB1
certificado del empleador
Voor de hypotheek heb je een werkgeversverklaring nodig.
de werkgroepB2
grupo de trabajo
In de werkgroep bespreken we de stof.
de werkhoudingB1
actitud laboral
Zijn werkhouding is voorbeeldig.
de werkingB1
funcionamiento; efecto
Lees de bijsluiter over de werking van het medicijn.
de werkinstructieA2
instrucción de trabajo
Lees de werkinstructie goed door.
werkloosB1
desempleado
Hij is sinds januari werkloos.

