Vocabulario
7085 palabras · página 231 de 284
troostendB2
reconfortante
Zij zei iets troostends.
tropischB1
tropical
In de zomer was het tropisch warm in Nederland.
trotsA1
orgulloso; orgullo
Ze is trots op wat ze bereikt heeft.
trouwB1
fiel, leal
Onze hond is erg trouw aan de familie.
de trouwambtenaarB2
oficiante del registro civil
De trouwambtenaar hield een korte toespraak.
trouwenA1
trouwde · zijn getrouwd
casarse
Zij gaan in juni trouwen.
trouwensA2
por cierto
Trouwens, heb je die brief al gelezen?
de trouwkaartB2
invitación de boda
De trouwkaart kwam drie maanden van tevoren.
de trucB1
truco
De goochelaar liet een knappe truc met kaarten zien.
de truiA2
jersey, suéter
Trek een dikke trui aan, het is koud buiten.
de tuinA1
jardín
We hebben een kleine tuin achter het huis.
het tuinafvalB1
residuos de jardín
Tuinafval gaat in de groene bak.
de tuinderB2
horticultor
De tuinder kweekt tomaten onder glas.
tuinierenB1
tuinierde · hebben getuinierd
hacer jardinería
In het voorjaar ga ik graag tuinieren.
het tuinonderhoudA2
mantenimiento del jardín
Het tuinonderhoud doen we zelf.
het tuinpadA1
camino del jardín
Het tuinpad ligt vol bladeren.
de tuinslangB2
manguera
De tuinslang ligt opgerold in de schuur.
de tuinstoelA1
silla de jardín
De tuinstoelen staan in de schuur.
de tunnelA2
túnel
Door de tunnel ben je er sneller.
de turfwinningB2
extracción de turba
Door turfwinning veranderde het landschap ingrijpend.
tussenA1
entre
De winkel zit tussen de bank en het café.
de tvA1
tele, TV
We kijken vanavond samen een film op tv.
twaalfA1
doce
We eten om twaalf uur.
tweeA1
dos
Ik heb twee kinderen.
tweedeA1
segundo
Neem de tweede straat rechts.

