Vocabulario
634 palabras · página 22 de 26
zich vergissenB1reflexivo
vergiste · hebben vergist
equivocarse
Sorry, ik heb me vergist in de datum.
zich verheugenB2reflexivo
verheugde · hebben verheugd
alegrarse por anticipado
Wij verheugen ons op uw komst.
verhogenB1
verhoogde · hebben verhoogd
aumentar, subir
De huisbaas wil de huur volgend jaar verhogen.
verhuizenA2
verhuisde · zijn verhuisd
mudarse
We verhuizen volgende maand naar Rotterdam.
verkerenB2
verkeerde · hebben verkeerd
encontrarse (en una situación)
Veel gezinnen verkeren in financiële problemen.
verklarenB2
verklaarde · hebben verklaard
explicar; declarar
De onderzoekers kunnen de stijging nog niet verklaren.
verkopenA1irregular
verkocht · verkochten · hebben verkocht
vender
Ze verkopen hier verse groente.
verkrijgenB2irregular
verkreeg · verkregen · hebben verkregen
obtener, conseguir
Informatie is te verkrijgen bij de balie.
verlatenB1irregular
verliet · verlieten · hebben verlaten
abandonar, salir de
Wij verlaten het gebouw via de nooduitgang.
verlenenB2
verleende · hebben verleend
conceder, otorgar
De gemeente verleent een vergunning voor het terras.
verliezenA2irregular
verloor · verloren · hebben/zijn verloren
perder
Ons team heeft de wedstrijd met twee tegen één verloren.
verlopenB1irregular
verliep · verliepen · zijn verlopen
caducar, vencer; transcurrir
Mijn verblijfsvergunning is vorige maand verlopen.
vermeldenB2
vermeldde · hebben vermeld
indicar, mencionar
Vermeld uw klantnummer bij elke betaling.
vermijdenA2irregular
vermeed · vermeden · hebben vermeden
evitar
Probeer de spits te vermijden.
vermoedenB2
vermoedde · hebben vermoed
sospechar, suponer
Ik vermoed dat hij de afspraak vergeten is.
vernietigenB2
vernietigde · hebben vernietigd
destruir
De storm heeft veel huizen aan de kust vernietigd.
veronderstellenB2
veronderstelde · hebben verondersteld
suponer
We veronderstellen dat de cijfers kloppen.
zich verontschuldigenB2reflexivo
verontschuldigde · hebben verontschuldigd
disculparse
Hij verontschuldigde zich voor de vertraging.
veroordelenB2
veroordeelde · hebben veroordeeld
condenar
De rechter veroordeelde de dief tot drie maanden cel.
veroorzakenB1
veroorzaakte · hebben veroorzaakt
causar, provocar
Roken kan op den duur veel ziektes veroorzaken.
verplaatsenA2
verplaatste · hebben verplaatst
trasladar, aplazar
Kunnen we de afspraak verplaatsen?
verplegenB1
verpleegde · hebben verpleegd
cuidar (a un enfermo)
Zij verpleegt haar zieke moeder thuis.
verplichtenB2
verplichtte · hebben verplicht
obligar
De wet verplicht werkgevers om veilig werk te bieden.
verrassenB1
verraste · hebben verrast
sorprender
We willen mama verrassen met een taart.
verschijnenB1irregular
verscheen · verschenen · zijn verschenen
aparecer; publicarse
Het nieuwe boek verschijnt volgende maand in de winkels.

