Vocabulario
Filtros
Secciones
Categorías gramaticales
5046 palabras · página 22 de 202
beweegnormB2
recomendación de actividad física
Nog geen helft van de bevolking haalt de beweegnorm.
beweegprogrammaB1
programa de ejercicio
Het beweegprogramma duurt acht weken.
bewegenB1
moverse, hacer ejercicio
Probeer elke dag genoeg te bewegen.
bewegingsprogrammaB2
programa de ejercicio
Het bewegingsprogramma duurt twaalf weken.
bewerenB2
afirmar
Hij beweert dat hij niets wist.
beweringB2
afirmación
Die bewering wordt niet door cijfers gesteund.
bewijsB1
prueba, comprobante
Bewaar het bewijs van betaling.
bewijsmateriaalB2
material probatorio
Het bewijsmateriaal was te dun.
bewolkingB2
nubosidad
In de middag neemt de bewolking toe.
bewonderenB2
admirar
Ik bewonder zijn doorzettingsvermogen.
bewonderingB2
admiración
Ik heb veel bewondering voor haar doorzettingsvermogen.
bewonersverenigingB2
asociación de vecinos
De bewonersvereniging vergadert twee keer per jaar.
bezemA1
escoba
Pak even de bezem.
bezetA1
ocupado
Deze plaats is bezet.
bezettingB2
ocupación
De bezetting duurde vijf jaar.
bezienswaardigheidB1
lugar de interés
De grachten zijn de bekendste bezienswaardigheid.
bezigA2
ocupado
Ik ben nu even bezig.
bezoekA1
visita
We krijgen vanavond bezoek.
bezoekenA2
visitar
We bezoeken zondag mijn ouders.
bezoekuurA2
horario de visitas
Het bezoekuur is van twee tot vier.
bezorgdB2
preocupado
Ik ben bezorgd over zijn gezondheid.
bezorgdheidB2
preocupación
Er is bezorgdheid over de gevolgen.
bezorgdienstB2
servicio de reparto
De bezorgdienst komt tussen vier en zes.
bezorgenA2
entregar
Ze bezorgen het pakket morgen.
bezorgkostenA2
gastos de envío
Boven de dertig euro betaal je geen bezorgkosten.

