Vocabulario
6551 palabras · página 21 de 263
de beheerderB2
administrador, encargado
Bel de beheerder als de lift kapot is.
beheersenB1
beheerste · hebben beheerst
dominar; controlar
Je moet de taal goed beheersen voor deze baan.
beheerstB2
comedido
Zij reageerde beheerst op de provocatie.
beherenB1
beheerde · hebben beheerd
gestionar, administrar
Zijn broer beheert het geld van de vereniging.
de behoefteB1
necesidad
Kinderen hebben behoefte aan rust en regelmaat.
behoorlijkB1
bastante, considerablemente
Het is behoorlijk koud vandaag, trek een jas aan.
behorenB1
behoorde · hebben behoord
pertenecer (a)
Nederland behoort tot de rijkste landen van de wereld.
het behoudB1
conservación
Deze organisatie zet zich in voor het behoud van de natuur.
behoudenB1irregular
behield · behielden · hebben behouden
conservar, mantener
De gemeente wil het oude centrum behouden.
het behulpB1
ayuda (con ayuda de)
Met behulp van een woordenboek begreep ik de tekst.
behulpzaamB2
servicial
De buren zijn erg behulpzaam.
de behulpzaamheidB2
amabilidad servicial
Zijn behulpzaamheid werd erg gewaardeerd.
beideA2
ambos (+ sustantivo)
Beide kinderen gaan naar dezelfde school.
beïnvloedenB1
beïnvloedde · hebben beïnvloed
influir
Reclame beïnvloedt vaak wat mensen in de winkel kopen.
bekendA2
conocido
Deze zanger is in heel Nederland bekend.
de bekendheidB1
fama, notoriedad
Door de tv-serie kreeg de stad meer bekendheid.
bekendmakenB2separable
maakte bekend · hebben bekendgemaakt
anunciar, dar a conocer
De gemeente maakt de uitslag morgen bekend.
bekennenB2
bekende · hebben bekend
confesar
De verdachte heeft de diefstal bekend.
de bekerA2
taza; copa
Wil je een beker thee of koffie?
bekijkenA2irregular
bekeek · bekeken · hebben bekeken
contemplar, ver con atención
Wil je de foto's van de vakantie bekijken?
het bekkenB2
pelvis
Na de bevalling herstelt het bekken langzaam.
de bekledingB2
tapicería
De bekleding van de bank is versleten.
de beklemmingB2
opresión
Het verhaal riep een gevoel van beklemming op.
bekritiserenB2
bekritiseerde · hebben bekritiseerd
criticar
De pers bekritiseerde het besluit scherp.
bekwaamB1
competente
Zij is heel bekwaam in haar vak.

