Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

2767 palabras · página 21 de 111

  • de DigiDA2

    identidad digital estatal

    Met DigiD log je in bij de overheid.

  • digitaalA2

    digital

    Het examen wordt digitaal afgenomen.

  • de dijkB1

    dique

    Nederland wordt beschermd door dijken.

  • dikA1

    grueso

    Trek een dikke jas aan.

  • het dingA1

    cosa

    Wat is dat voor een ding?

  • de dinsdagA1

    martes

    Dinsdag heb ik een afspraak.

  • het diplomaB1

    diploma

    Mijn diploma is hier erkend.

  • directA1

    directo

    Nederlanders zijn vaak heel direct.

  • de directeurA2

    director (de una empresa, escuela)

    De directeur van de school spreekt met de ouders.

  • de discriminatieA2

    discriminación

    Discriminatie op de arbeidsmarkt komt nog steeds voor.

  • de discussieA2

    discusión

    De discussie liep hoog op.

  • de docentB1

    profesor

    De docent legt de opdracht nog een keer uit.

  • de dochterA1

    hija

    Onze dochter is vijf jaar oud.

  • het documentB1

    documento

    Sla het document op voordat je de computer uitzet.

  • doeiA1

    chao

    Doei, tot morgen!

  • het doekA1

    trapo

    Veeg de tafel af met een doek.

  • het doelA1

    meta, objetivo

    Wat is het doel van deze cursus?

  • de doelstellingB1

    objetivo

    We hebben onze doelstelling gehaald.

  • doenA1irregular

    deed · deden · hebben gedaan

    hacer

    Wat doe je in het weekend?

  • de dokterA1

    médico

    Ik ga morgen naar de dokter.

  • het doktersadviesB1

    consejo médico

    Volg het doktersadvies goed op.

  • de doktersassistentA2

    auxiliar de consulta

    De doktersassistent maakt de afspraken.

  • het doktersbezoekB1

    visita al médico

    Na het doktersbezoek voelde ik me gerustgesteld.

  • domA2

    tonto

    Ik heb een dom foutje gemaakt in mijn brief.

  • de donderdagA1

    jueves

    De les is elke donderdag.