Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

5480 palabras · página 205 de 220

  • de waterlinieB2

    línea defensiva de agua

    De waterlinie beschermde het land door onderwaterzetting.

  • de watermeterB2

    contador de agua

    De watermeter wordt jaarlijks opgenomen.

  • de wateroverlastB1

    inundaciones

    Na de storm was er wateroverlast in de kelder.

  • het waterpeilB1

    nivel de agua

    Het waterpeil in de polder wordt geregeld.

  • de waterschaarsteB2

    escasez de agua

    In droge zomers dreigt waterschaarste.

  • het waterschapB1

    junta de aguas

    Het waterschap beheert de dijken.

  • de waterstandB1

    nivel del agua

    De waterstand in de rivier is hoog.

  • de waterstofB2

    hidrógeno

    Waterstof geldt als brandstof van de toekomst.

  • de watervalB2

    cascada

    De waterval is dertig meter hoog.

  • het waterverbruikB1

    consumo de agua

    Ons waterverbruik is dit jaar gedaald.

  • het webinarB2

    seminario web

    Het webinar wordt opgenomen.

  • de webshopA2

    tienda online

    Ik bestel het liever in een webshop.

  • de websiteA2

    sitio web

    De website van de gemeente is vernieuwd.

  • de webwinkelB2

    tienda en línea

    De webwinkel bezorgt binnen twee dagen.

  • de wederopbouwB2

    reconstrucción de posguerra

    De wederopbouw duurde tot in de jaren zestig.

  • de wedstrijdA1

    partido, competición

    De wedstrijd begint om drie uur.

  • het wedstrijdschemaB2

    calendario de partidos

    Het wedstrijdschema hangt in de kantine.

  • het wedstrijdverslagB2

    crónica del partido

    Het wedstrijdverslag stond de volgende dag in de krant.

  • de weekA1

    semana

    Deze week werk ik thuis.

  • het weekbladB2

    semanario

    Het weekblad staat vol achtergrondverhalen.

  • de weekdagA1

    día laborable

    Op weekdagen sta ik vroeg op.

  • het weekeindeB1

    fin de semana (formal)

    Wat zijn jullie plannen voor het komende weekeinde?

  • het weekendA1

    fin de semana

    In het weekend werk ik niet.

  • de weemoedB2

    nostalgia, añoranza

    Hij denkt met weemoed terug aan die tijd.

  • het weerA1

    tiempo (clima)

    Het weer verandert hier snel.


    otra vez, de nuevo

    Hij is weer te laat op zijn werk gekomen.