Vocabulario
5480 palabras · página 199 de 220
de volksgezondheidB2
salud pública
Roken is een probleem voor de volksgezondheid.
het volksliedB2
himno nacional
Het Wilhelmus is het oudste volkslied ter wereld.
volledigB1
completo
Vul het formulier volledig en duidelijk in.
de volmachtB2
poder notarial
Zij tekende met een volmacht namens haar vader.
voltooid deelwoordB2
participio pasado
Het voltooid deelwoord van 'werken' is 'gewerkt'.
volwassenA2
adulto
Mijn kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf.
de volwasseneneducatieB2
educación de adultos
Volwasseneneducatie is vaak in de avonduren.
het vonnisB2
sentencia
Het vonnis viel milder uit dan verwacht.
voorA1
para; antes de
Dit cadeau is voor jou.
vooralA1
sobre todo
Ik oefen vooral spreken.
het voorbeeldA2
ejemplo
Kun je een voorbeeld geven?
voorbereidenA2separable
bereidde voor · hebben voorbereid
preparar (algo)
We bereiden de vergadering samen voor.
zich voorbereidenreflexivo
prepararse
Ik bereid me voor op het examen.
de voorbereidingB1
preparación
Een goede voorbereiding is de helft van het werk.
voorbijA2
pasado, terminado
De zomer is weer veel te snel voorbij.
voordatB1
antes de que
Was je handen voordat je gaat eten.
het voordeelB1
ventaja
Een voordeel van dit huis is de grote tuin.
de voordeurA1
puerta principal
De voordeur zit op slot.
zich voordoenB2separablereflexivoirregular
deed voor · deden voor · hebben voorgedaan
presentarse, surgir (una situación)
Als zich een probleem voordoet, bel ons dan.
het voorgerechtA2
entrante
Als voorgerecht nemen we soep.
voorkomenA1separableirregular
kwam voor · kwamen voor · zijn voorgekomen
ocurrir, darse
Dat probleem komt hier vaak voor.
voorkómenA2irregular
voorkwam · voorkwamen · hebben voorkomen
prevenir, evitar
Met een goede planning voorkom je veel stress.
voorlezenA2separableirregular
las voor · lazen voor · hebben voorgelezen
leer en voz alta
Wil je mij de brief van de school even voorlezen?
de voorlichtingB1
información pública
De gemeente geeft voorlichting over afvalscheiding.
voorlopigB1
provisional; de momento
Voorlopig blijf ik bij mijn ouders wonen.
voormaligB2
antiguo, ex
De voormalige school is nu een buurthuis.

