Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

5046 palabras · página 197 de 202

  • zaterdagA1

    sábado

    Op zaterdag doe ik boodschappen.

  • zebrapadA2

    paso de cebra

    Steek over bij het zebrapad.

  • zeeB1

    mar

    De zee is vandaag onrustig.

  • zeearmB2

    brazo de mar

    De zeearm werd afgesloten met een dam.

  • zeefB2

    colador

    Giet de pasta af in een zeef.

  • zeepA1

    jabón

    Was je handen met zeep.

  • zeespiegelB2

    nivel del mar

    De zeespiegel stijgt langzaam.

  • zeespiegelstijgingB2

    subida del nivel del mar

    Zeespiegelstijging bedreigt laaggelegen landen.

  • zeevaartB2

    navegación marítima

    De zeevaart bracht het land welvaart.

  • zeggenA1

    decir

    Wat zei je?

  • zekerA2

    seguro

    Weet je dat zeker?

  • zeldenA2

    raramente

    Ik ga zelden naar de bioscoop.

  • zelfA1

    mismo

    Dat heb ik zelf gemaakt.

  • zelfbeeldB2

    autoimagen

    Sociale media beïnvloeden het zelfbeeld van jongeren.

  • zelfbeheersingB2

    autocontrol

    Hij verloor even zijn zelfbeheersing.

  • zelfredzaamheidB2

    autonomía personal

    De zorg is gericht op zelfredzaamheid van de patiënt.

  • zelfscankassaB2

    caja de autopago

    Bij de zelfscankassa is bijna nooit rij.

  • zelfspotB2

    autoironía

    Zelfspot maakt iemand sympathiek.

  • zelfstandigB1

    independiente

    Je moet in deze functie zelfstandig kunnen werken.

  • zelfstandigeB2

    trabajador autónomo

    Als zelfstandige regel je je eigen pensioen.

  • zelfstandigheidB1

    autonomía

    De functie vraagt veel zelfstandigheid.

  • zelfstudieB1

    autoaprendizaje

    Naast de les doe ik veel zelfstudie.

  • zelfvertrouwenB2

    confianza en uno mismo

    Door de cursus kreeg ze meer zelfvertrouwen.

  • zenderB2

    canal

    Deze zender brengt vooral documentaires.

  • zendmastB2

    torre de transmisión

    De nieuwe zendmast stuitte op bezwaren.