Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

6551 palabras · página 191 de 263

  • het sollicitatiegesprekA2

    entrevista de trabajo

    Ik heb morgen een sollicitatiegesprek.

  • de sollicitatieplichtB2

    obligación de buscar empleo

    Bij een uitkering geldt sollicitatieplicht.

  • de sollicitatieprocedureB2

    proceso de selección

    De sollicitatieprocedure duurt zes weken.

  • solliciterenB1

    solliciteerde · hebben gesolliciteerd

    solicitar empleo

    Ik heb op drie vacatures gesolliciteerd.

  • somberA2

    sombrío, decaído

    In november voel ik me vaak somber.

  • de somberheidB2

    abatimiento

    De somberheid verdween met het voorjaar.

  • sommigeA1

    algunos

    Sommige winkels zijn zondag open.

  • somsA1

    a veces

    Soms neem ik de bus.

  • de songtekstB2

    letra de la canción

    De songtekst gaat over verlies.

  • soortA1

    especie; tipo

    Deze soort staat op de rode lijst.

  • de soortenrijkdomB2

    riqueza de especies

    De soortenrijkdom in het gebied neemt af.

  • soortgelijkB2

    similar

    Ik heb een soortgelijk probleem met mijn laptop.

  • sorryA1

    perdón, lo siento

    Sorry, ik ben te laat.

  • sowiesoB1

    de todas formas

    Ik kom sowieso, ook als het regent.

  • het spaargeldA2

    ahorros

    We gebruiken ons spaargeld voor de verbouwing.

  • het spaarplanB1

    plan de ahorro

    Ik heb een spaarplan voor de studie van mijn kinderen.

  • de spaarpotA2

    hucha

    De kinderen sparen in een spaarpot.

  • de spaarrekeningB1

    cuenta de ahorro

    Het geld staat op een spaarrekening.

  • de spaarrenteB1

    interés del ahorro

    De spaarrente is eindelijk weer gestegen.

  • het spaartegoedB1

    saldo de ahorro

    Mijn spaartegoed groeit langzaam.

  • de spaarzegelB2

    sello de puntos

    Voor tien spaarzegels krijg je een glas.

  • spannenB1irregular

    spande · spanden · hebben gespannen

    tensar

    Span je spieren aan en ontspan ze daarna weer.

  • spannendA2

    emocionante, tenso

    Het examen vond hij vooral spannend.

  • de spanningA2

    tensión

    Er hing spanning in de kamer.

  • de sparB2

    abeto

    De spar blijft ook 's winters groen.