Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

2767 palabras · página 19 de 111

  • het cursusgeldA2

    matrícula del curso

    Het cursusgeld betaal je vooraf.

  • de cursusleiderA2

    coordinador del curso

    De cursusleider legt het programma uit.

  • het cvA2

    currículum

    Stuur je cv mee met de sollicitatie.

  • daarA1

    allí

    Daar staat mijn fiets.

  • daardoorB1

    por eso, debido a ello

    De trein had vertraging, daardoor kwam ik te laat.

  • daarnaA1

    después

    Eerst eten we, daarna gaan we wandelen.

  • daarnaastA2

    además

    Daarnaast volg ik een cursus.

  • daaromA1

    por eso

    Het regende, daarom bleef ik thuis.

  • de dagA1

    día

    Elke dag ga ik naar mijn werk.


    hola; adiós

    Dag mevrouw, kan ik u helpen?

  • het dagelijksA1

    diariamente

    Ik oefen dagelijks een half uur.

  • het dakA2

    tejado

    Het dak lekt bij zware regen.

  • dalenB1

    daalde · zijn gedaald

    bajar, descender

    De prijs van benzine is deze maand gedaald.

  • de dameA2

    dama, señora

    De dame achter de balie helpt u graag verder.

  • danA1

    entonces, luego

    Eerst eten, dan afwassen.

  • dankenB1

    dankte · hebben gedankt

    agradecer; deber (a)

    Ik wil iedereen danken voor de hulp bij de verhuizing.

  • dankjewelA1

    gracias

    Dankjewel voor je hulp.

  • dankzijB1

    gracias a

    Dankzij jouw hulp heb ik het examen gehaald.

  • de dansA2

    baile

    Op de bruiloft deed iedereen mee aan de dans.

  • dansenA2

    danste · hebben gedanst

    bailar

    Op het feest werd er gedanst.

  • datA1

    que (conjunción)

    Ik denk dat de trein vandaag later komt.

  • de datumA1

    fecha

    Wat is de datum van vandaag?

  • de deadlineA2

    fecha límite

    De deadline is vrijdag.

  • het debatA2

    debate

    Het debat werd live uitgezonden.

  • decemberA1

    diciembre

    In december zijn er veel feestdagen.

  • het deelA1

    parte

    Het eerste deel van de cursus is klaar.