Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

634 palabras · página 19 de 26

  • stromenB1

    stroomde · hebben/zijn gestroomd

    fluir, correr

    Het water stroomt van de berg naar het dal.

  • studerenB1

    studeerde · hebben gestudeerd

    estudiar

    Ik studeer elke avond twee uur.

  • sturenA1

    stuurde · hebben gestuurd

    enviar

    Ik stuur je vanavond een bericht.

  • tankenB1

    tankte · hebben getankt

    repostar

    Ik moet nog even tanken.

  • tegensprekenB2separableirregular

    sprak tegen · spraken tegen · hebben tegengesproken

    contradecir

    Die cijfers spreken elkaar tegen.

  • tekenenA2

    tekende · hebben getekend

    dibujar

    Mijn dochter tekent graag.

  • tellenA1

    telde · hebben geteld

    contar (números)

    Kun je tot tien tellen in het Nederlands?


    contar, valer

    Deze oefening telt niet mee voor je eindcijfer.

  • terugbellenB1separable

    belde terug · hebben teruggebeld

    devolver la llamada

    Kunt u mij vanmiddag terugbellen?

  • terugbetalenA2separable

    betaalde terug · hebben terugbetaald

    devolver (dinero)

    Ik betaal je volgende week terug.

  • terugkerenB1separable

    keerde terug · zijn teruggekeerd

    regresar, volver

    Na de vakantie keerde hij terug naar Nederland.

  • terugkomenA2separableirregular

    kwam terug · kwamen terug · zijn teruggekomen

    volver

    Hij komt volgende week terug.

  • testenA2

    testte · hebben getest

    probar, hacer una prueba

    De dokter wil je bloed nog een keer testen.

  • thuisblijvenA2separableirregular

    bleef thuis · bleven thuis · zijn thuisgebleven

    quedarse en casa

    Ik blijf vandaag thuis.

  • thuiswerkenB2separable

    werkte thuis · hebben thuisgewerkt

    teletrabajo

    Twee dagen thuiswerken is nu normaal.

  • tillenA2

    tilde · hebben getild

    levantar (peso)

    Deze doos is te zwaar om alleen te tillen.

  • timmerenB1

    timmerde · hebben getimmerd

    trabajar la madera, clavar

    Mijn opa timmert een vogelhuisje voor in de tuin.

  • toegevenB1separableirregular

    gaf toe · gaven toe · hebben toegegeven

    admitir

    Ze gaf toe dat ze fout zat.


    ceder

    Uiteindelijk gaf hij toe aan de druk van zijn collega's.

  • toelichtenB2separable

    lichtte toe · hebben toegelicht

    explicar en detalle

    Kunt u uw standpunt toelichten?

  • toepassenB2separable

    paste toe · hebben toegepast

    aplicar

    Pas de regel toe op deze zin.

  • toestaanA2separableirregular

    stond toe · stonden toe · hebben toegestaan

    permitir

    Honden zijn hier niet toegestaan.

  • toevoegenB1separable

    voegde toe · hebben toegevoegd

    añadir

    Voeg nog een beetje zout aan de soep toe.

  • tonenB1

    toonde · hebben getoond

    mostrar, enseñar

    Kunt u bij de ingang uw kaartje tonen?

  • trainenB1

    trainde · hebben getraind

    entrenar

    Wij trainen twee keer per week.

  • trakterenA2

    trakteerde · hebben getrakteerd

    invitar (a algo)

    Op je verjaardag trakteer je op gebak.

  • tredenB2irregular

    trad · traden · zijn getreden

    entrar (en vigor)

    De nieuwe wet treedt op één januari in werking.