Vocabulario
1768 palabras · página 19 de 71
de garageA1
garaje
De fiets staat in de garage.
de garantieA2
garantía
Er zit twee jaar garantie op.
de gastA2
invitado
Op ons feest waren meer dan vijftig gasten.
de gastheerB1
anfitrión
Hij was een uitstekende gastheer.
het gatA2
agujero
Er zit een gat in mijn sok.
het gebakA1
pastel
Bij de koffie was er gebak.
de gebeurtenisB1
acontecimiento
De krant schrijft over de belangrijkste gebeurtenissen van het jaar.
het gebiedB1
zona, área
In dit gebied mag je geen huizen bouwen.
het gebouwA2
edificio
Het gemeentehuis is een groot wit gebouw.
het gebruikA1
uso
Het gebruik van de app is gratis.
de gebruikerB1
usuario
Elke gebruiker krijgt een eigen wachtwoord.
de gedachteB1
pensamiento
Ik kan die gedachte niet uit mijn hoofd krijgen.
het gedeelteB1
parte (sección)
Een groot gedeelte van de stad heeft geen stroom.
het gedichtA2
poema
Dit gedicht staat in elk schoolboek.
het gedragB1
comportamiento
De leraar praat met de ouders over het gedrag van hun zoon.
het geheimA2
secreto
Kun jij een geheim voor je zus bewaren?
het geldA1
dinero
Ik heb geen geld bij me.
de geldautomaatA2
cajero automático
Er staat een geldautomaat bij de supermarkt.
het geldbedragA2
cantidad de dinero
Vul het geldbedrag in cijfers in.
de geldleningB1
préstamo de dinero
Voor een geldlening moet je je inkomen aantonen.
de geldtransactieB1
transacción monetaria
Elke geldtransactie staat op je afschrift.
het geldverkeerB1
movimiento de dinero
Het geldverkeer verloopt tegenwoordig bijna digitaal.
de geldzorgenA2
problemas de dinero
Veel gezinnen hebben geldzorgen.
de gelijkheidA2
igualdad
Gelijkheid is een belangrijke waarde.
het geluidA2
sonido, ruido
Ik hoor een vreemd geluid uit de keuken komen.

