Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

6551 palabras · página 189 de 263

  • slepenB2

    sleepte · hebben gesleept

    arrastrar, remolcar

    De kapotte auto werd naar de garage gesleept.

  • de sleutelA2

    llave

    Ik ben mijn sleutel kwijt.

  • het sleutelbeenB2

    clavícula

    Het sleutelbeen breekt vaak bij fietsers.

  • het sleutelbosA1

    manojo de llaves

    Mijn sleutelbos ligt op de kast.

  • de sleuteloverdrachtB2

    entrega de llaves

    De sleuteloverdracht is op 1 juli.

  • slikkenB2

    slikte · hebben geslikt

    tragar saliva

    Zij slikte even voordat ze antwoordde.

  • slimA2

    listo, inteligente

    Dat is een slim idee, zo besparen we tijd.

  • de sloganB2

    eslogan

    Iedereen kent die slogan.

  • de slootB2

    zanja

    Langs het weiland loopt een sloot.

  • slopenB1

    sloopte · hebben gesloopt

    derribar

    De oude flat wordt volgend jaar gesloopt.

  • slordigB2

    descuidado

    Het rapport was slordig geschreven.

  • het slotB1

    cerradura

    Doe de deur altijd op slot als je weggaat.


    para terminar (tot slot)

    Tot slot wil ik iedereen bedanken voor zijn komst.

  • sluikB2

    lacio

    Zijn haar hangt sluik langs zijn gezicht.

  • de sluisB2

    esclusa

    Het schip wacht voor de sluis.

  • sluitenA1irregular

    sloot · sloten · hebben gesloten

    cerrar

    De deur sluit automatisch.

  • de sluitingB2

    cierre (de una empresa)

    Door de sluiting van de fabriek verliezen honderd mensen hun baan.

  • de smaakA2

    sabor

    De smaak is een beetje zoet.

  • de smaakzinB2

    sentido del gusto

    De smaakzin verandert met de leeftijd.

  • smakenA2

    smaakte · hebben gesmaakt

    saber (a)

    De soep smaakt heerlijk, mag ik nog een bord?

  • smalA2

    estrecho (de ancho)

    De straat is te smal voor grote auto's.

  • de smartphoneB2

    teléfono inteligente

    Vrijwel iedereen heeft een smartphone.

  • het smeltpuntB2

    punto de fusión

    IJzer heeft een hoog smeltpunt.

  • smerigB2

    asqueroso, mugriento

    Het toilet op het station was echt smerig.

  • de smogB2

    esmog

    Bij warm weer ontstaat sneller smog.

  • de snackA2

    tentempié

    Neem een gezonde snack mee.