Vocabulario
4598 palabras · página 181 de 184
de zegenB1
bendición
Na die droge zomer was de regen een zegen.
het zeilB1
vela (de barco)
De boot heeft een groot wit zeil.
de zekerheidB1
seguridad, certeza
Een vast contract geeft meer zekerheid.
het zelfbeeldB2
autoimagen
Sociale media beïnvloeden het zelfbeeld van jongeren.
de zelfbeheersingB2
autocontrol
Hij verloor even zijn zelfbeheersing.
de zelfmoordB1
suicidio
Wie aan zelfmoord denkt, kan anoniem met een hulplijn praten.
de zelfredzaamheidB2
autonomía personal
De zorg is gericht op zelfredzaamheid van de patiënt.
de zelfscankassaB2
caja de autopago
Bij de zelfscankassa is bijna nooit rij.
de zelfspotB2
autoironía
Zelfspot maakt iemand sympathiek.
de zelfstandigeB2
trabajador autónomo
Als zelfstandige regel je je eigen pensioen.
de zelfstandigheidB1
autonomía
De functie vraagt veel zelfstandigheid.
de zelfstudieB1
autoaprendizaje
Naast de les doe ik veel zelfstudie.
het zelfvertrouwenB1
confianza en uno mismo
Door de cursus kreeg ze meer zelfvertrouwen.
de zenderB2
canal
Deze zender brengt vooral documentaires.
de zendmastB2
torre de transmisión
De nieuwe zendmast stuitte op bezwaren.
de zendtijdB2
tiempo de emisión
Elke partij krijgt evenveel zendtijd.
de zenuwB2
nervio
Er zit een zenuw bekneld in zijn rug.
het zenuwstelselB2
sistema nervioso
Stress belast het zenuwstelsel.
de zetelB1
escaño
De partij won vijf zetels in de Tweede Kamer.
het zichtB1
visibilidad, vista
Door de mist was er weinig zicht op de weg.
het ziekenhuisA2
hospital
Ze ligt sinds gisteren in het ziekenhuis.
de ziekenhuisafdelingB2
planta hospitalaria
Hij ligt op de ziekenhuisafdeling cardiologie.
het ziekenhuisbezoekB1
visita al hospital
Het ziekenhuisbezoek duurde twee uur.
de ziekenhuisopnameB1
ingreso hospitalario
Een ziekenhuisopname was niet nodig.
de ziekenhuiszorgB2
atención hospitalaria
De ziekenhuiszorg wordt geconcentreerd in grote centra.

