Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

4398 palabras · página 174 de 176

  • de ziekenhuiszorgB2

    atención hospitalaria

    De ziekenhuiszorg wordt geconcentreerd in grote centra.

  • de ziekenverzorgerB2

    auxiliar de enfermería

    De ziekenverzorger werkt in de nachtdienst.

  • de ziekmeldingB1

    aviso de baja

    Doe je ziekmelding voor negen uur.

  • de ziekteA1

    enfermedad

    Het is een ziekte die vaak voorkomt.

  • het ziektebeeldB1

    cuadro clínico

    Dit ziektebeeld komt vaker voor bij ouderen.

  • de ziektebestrijdingB2

    lucha contra la enfermedad

    Vaccinatie is een pijler van ziektebestrijding.

  • de ziektekostenB1

    gastos médicos

    De ziektekosten worden grotendeels vergoed.

  • het ziektekostenstelselB2

    sistema de seguro médico

    Het ziektekostenstelsel werd in 2006 hervormd.

  • de ziektekostenvergoedingB1

    reembolso de gastos médicos

    Vraag na of je ziektekostenvergoeding krijgt.

  • de ziektepreventieB2

    prevención de enfermedades

    Ziektepreventie bespaart op lange termijn geld.

  • het ziekteverloopB2

    evolución de la enfermedad

    Het ziekteverloop verschilt per patiënt.

  • het ziekteverzuimB2

    absentismo por enfermedad

    Het ziekteverzuim is dit jaar gedaald.

  • de zielB1

    alma

    Muziek is goed voor de ziel.

  • de zijdeA2

    seda

    De sjaal is van zijde.


    lado

    Aan de andere zijde van de straat staat een apotheek.

  • de zijkantA2

    lateral

    De ingang zit aan de zijkant van het huis.

  • het zilverB1

    plata

    Deze ring is van echt zilver.

  • de zinA2

    frase, oración

    Schrijf een zin met het woord 'huis'.


    ganas (tener ganas)

    Ik heb geen zin om vandaag te koken.

  • de zinsbouwB2

    estructura de la frase

    Zijn zinsbouw verraadt zijn moedertaal.

  • de zittingB2

    sesión, audiencia; asiento

    De rechter opende de zitting om tien uur.

  • de zoekopdrachtB2

    consulta de búsqueda

    Verfijn je zoekopdracht met een extra woord.

  • de zoektochtB1

    búsqueda

    Na een lange zoektocht vond ze eindelijk een huis.

  • de zolderA1

    desván

    De oude spullen liggen op zolder.

  • de zomerA1

    verano

    In de zomer gaan we naar het strand.

  • de zonA2

    sol

    De zon schijnt eindelijk.

  • de zondagA1

    domingo

    Zondag zijn veel winkels dicht.