Vocabulario
4334 palabras · página 172 de 174
de zittingB1
sesión, audiencia; asiento
De rechter opende de zitting om tien uur.
zoA1
así
Doe het zo.
zo'nA2
un … así; unos (aprox.)
Ik wil ook zo'n fiets met een mand voorop.
zoalsA2
como
Zoals je weet, zijn wij morgen gesloten.
zodanigB1
de tal modo
Hij was zodanig ziek dat hij niet kon werken.
zodatB1
de modo que
Schrijf duidelijk, zodat iedereen het begrijpt.
zodoendeB1
de este modo
Hij mist veel lessen en blijft zodoende achter.
zodraA2
en cuanto
Ik bel je zodra ik thuis ben.
zoekenA1irregular
zocht · zochten · hebben gezocht
buscar
Ik zoek mijn sleutels.
de zoektochtB1
búsqueda
Na een lange zoektocht vond ze eindelijk een huis.
zoetA2
dulce
Deze appel is heel zoet.
dulce (agua no salada)
In de sloot staat zoet water, geen zeewater.
zogenaamdB1
supuesto; supuestamente
Hij was zogenaamd ziek, maar ging naar het strand.
zoietsA2
algo así
Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt.
zojuistB1
hace un momento
Ik heb zojuist uw mail ontvangen.
zolangB1
mientras (que), siempre que
Je mag hier blijven zolang je wilt.
de zolderA1
desván
De oude spullen liggen op zolder.
zomaarA2
sin más, porque sí
Hij kwam zomaar binnen zonder te kloppen.
de zomerA1
verano
In de zomer gaan we naar het strand.
de zonA2
sol
De zon schijnt eindelijk.
de zondagA1
domingo
Zondag zijn veel winkels dicht.
de zondeB1
pecado; lástima
Het is zonde om zoveel eten weg te gooien.
zonderA1
sin
Koffie zonder suiker, alstublieft.
de zoneB1
zona (delimitada)
In deze zone mag je maar dertig kilometer per uur rijden.
het zonlichtB1
luz solar
De kamer krijgt veel zonlicht.
zonnigA2
soleado
Morgen wordt het zonnig en warm weer.

