Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

7085 palabras · página 165 de 284

  • opleidenB1separable

    leidde op · hebben opgeleid

    formar, capacitar

    Het ziekenhuis leidt zelf verpleegkundigen op.

  • de opleidingA2

    formación

    Welke opleiding heb je gedaan?

  • het opleidingsinstituutB2

    instituto de formación

    Het opleidingsinstituut is erkend door de overheid.

  • het opleidingsniveauB2

    nivel educativo

    Het opleidingsniveau van de bevolking is gestegen.

  • oplettenA2separable

    lette op · hebben opgelet

    prestar atención

    Let goed op bij het oversteken.

  • opleverenB1separable

    leverde op · hebben opgeleverd

    producir, rendir; entregar (obra)

    Het nieuwe beleid heeft veel geld opgeleverd.

  • de opleveringsinspectieB2

    inspección de entrega

    Bij de opleveringsinspectie noteer je alle gebreken.

  • de oplichtingB2

    estafa

    Hij deed aangifte van oplichting.

  • oplopenB1separableirregular

    liep op · liepen op · zijn opgelopen

    aumentar; sufrir (una lesión)

    De kosten lopen steeds verder op.

  • oplossenB1separable

    loste op · hebben opgelost

    resolver; disolver

    Samen kunnen we dit probleem vast oplossen.

  • de oplossingA2

    solución

    Er is vast een oplossing.

  • opluchtenB2separable

    luchtte op · hebben opgelucht

    aliviar

    De uitslag luchtte hem enorm op.

  • de opluchtingB2

    alivio

    Tot mijn opluchting was alles in orde.

  • opmakenB1separable

    maakte op · hebben opgemaakt

    gastar; redactar; maquillarse

    Zij heeft al haar spaargeld opgemaakt aan de reis.

  • opmerkelijkB1

    notable, llamativo

    Het is opmerkelijk dat niemand het gezien heeft.

  • opmerkenB1separable

    merkte op · hebben opgemerkt

    señalar

    Zij merkte terecht op dat de cijfers oud zijn.


    observar, comentar

    Hij merkte op dat de tekst te lang was.

  • de opmerkingB1

    observación

    Heeft iemand nog een opmerking?

  • de opnameA2

    grabación

    De opname van het gesprek duurt tien minuten.


    retirada de dinero

    Voor elke opname bij een andere bank betaal je kosten.

  • opnemenB1separableirregular

    nam op · namen op · hebben opgenomen

    contestar (el teléfono); grabar

    Ik bel hem al de hele dag, maar hij neemt niet op.


    retirar (dinero)

    Ik wil honderd euro van mijn rekening opnemen.

  • opnieuwA1

    de nuevo

    Probeer het opnieuw.

  • oppakkenB1separable

    pakte op · hebben opgepakt

    recoger; detener

    Wil je die papiertjes even oppakken?

  • oppassenB1separable

    paste op · hebben opgepast

    cuidar; tener cuidado

    Mijn moeder past op zaterdag op de kinderen.

  • het oppervlakB2

    superficie (exterior)

    Het oppervlak van het meer was helemaal stil.

  • de oppervlakteB1

    superficie

    Het appartement heeft een oppervlakte van zeventig vierkante meter.

  • oppikkenB1separable

    pikte op · hebben opgepikt

    recoger (a alguien, coloquial)

    Ik pik je om zes uur op bij het station.