Vocabulario
4334 palabras · página 165 de 174
wennenA2
wende · zijn gewend
acostumbrarse
Ik moet nog wennen aan het Nederlandse weer.
de wensA2
deseo
Mijn grootste wens is een eigen huis.
wensenA2
wenste · hebben gewenst
desear
Wij wensen u veel beterschap.
de wereldA1
mundo
Nederlandse kaas is bekend in de hele wereld.
de wereldoorlogB1
guerra mundial
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Nederland bezet.
het werkA1
trabajo
Ik ga om acht uur naar mijn werk.
de werkafspraakA2
acuerdo de trabajo
We maken hierover een werkafspraak.
het werkbriefjeA2
hoja de horas
Lever je werkbriefje op vrijdag in.
de werkdagA2
jornada laboral
Het was een lange werkdag.
het werkdocumentB1
documento de trabajo
Bewaar dit werkdocument goed.
werkelijkB1
realmente
Ik weet werkelijk niet wat ik moet doen.
de werkelijkheidB1
realidad
In werkelijkheid was het allemaal veel ingewikkelder.
werkenA1
werkte · hebben gewerkt
trabajar
Zij werkt in een ziekenhuis.
funcionar (un aparato)
De lift werkt vandaag niet.
de werkervaringB1
experiencia laboral
Voor deze baan is werkervaring vereist.
het werkgelukB1
felicidad laboral
Werkgeluk hangt niet alleen van het salaris af.
de werkgeverA2
empleador
Mijn werkgever betaalt de cursus.
de werkgeversverklaringB1
certificado del empleador
Voor de hypotheek heb je een werkgeversverklaring nodig.
de werkgroepB1
grupo de trabajo
In de werkgroep bespreken we de stof.
de werkhoudingB1
actitud laboral
Zijn werkhouding is voorbeeldig.
de werkingB1
funcionamiento; efecto
Lees de bijsluiter over de werking van het medicijn.
de werkinstructieA2
instrucción de trabajo
Lees de werkinstructie goed door.
werkloosB1
desempleado
Hij is sinds januari werkloos.
de werkloosheidB1
desempleo
De werkloosheid onder jongeren is dit jaar gedaald.
de werknemerB1
empleado
Elke werknemer heeft recht op vakantiedagen.
de werkomgevingA2
entorno de trabajo
Ik heb een prettige werkomgeving.

