Vocabulario
4334 palabras · página 163 de 174
watA1
qué
Wat doe je?
het waterA1
agua
Drink veel water op een warme dag.
de waterkwaliteitB1
calidad del agua
De waterkwaliteit van de rivier is verbeterd.
de wateroverlastB1
inundaciones
Na de storm was er wateroverlast in de kelder.
het waterpeilB1
nivel de agua
Het waterpeil in de polder wordt geregeld.
het waterschapB1
junta de aguas
Het waterschap beheert de dijken.
de waterstandB1
nivel del agua
De waterstand in de rivier is hoog.
de wcA1
baño, váter
Mag ik even van jullie wc gebruik maken?
de webshopA2
tienda online
Ik bestel het liever in een webshop.
de websiteA2
sitio web
De website van de gemeente is vernieuwd.
wederomB1
de nuevo (formal)
De trein naar Utrecht had vanochtend wederom vertraging.
wederzijdsB1
recíproco
Het respect tussen hen is wederzijds.
de wedstrijdA1
partido, competición
De wedstrijd begint om drie uur.
de weduweB1
viuda
Na de dood van haar man is zij weduwe.
de weekA1
semana
Deze week werk ik thuis.
het weekbladB1
semanario
Het weekblad staat vol achtergrondverhalen.
de weekdagA1
día laborable
Op weekdagen sta ik vroeg op.
het weekeindeB1
fin de semana (formal)
Wat zijn jullie plannen voor het komende weekeinde?
het weekendA1
fin de semana
In het weekend werk ik niet.
het weerA1
tiempo (clima)
Het weer verandert hier snel.
otra vez, de nuevo
Hij is weer te laat op zijn werk gekomen.
het weeralarmB1
alerta meteorológica
Het KNMI gaf een weeralarm af.
weergevenB1separableirregular
gaf weer · gaven weer · hebben weergegeven
reflejar, reproducir
Geef in je eigen woorden weer wat de tekst zegt.
weerhoudenB1irregular
weerhield · weerhielden · hebben weerhouden
impedir, retener
De regen weerhield ons er niet van om te gaan wandelen.
de weerkaartB1
mapa del tiempo
Op de weerkaart zie je een depressie boven zee.
de weersomstandigheidB1
condición meteorológica
Door slechte weersomstandigheden ging de vlucht niet.

