Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

2767 palabras · página 16 de 111

  • het bureauA2

    escritorio; oficina, agencia

    Ik heb een bureau bij het raam in mijn kamer.

  • de burenA2

    vecinos

    Onze buren zijn erg vriendelijk.

  • de burgemeesterA2

    alcalde

    De burgemeester opende de nieuwe brug.

  • de burgerA2

    ciudadano

    Elke burger heeft dezelfde rechten.

  • het burgerinitiatiefB1

    iniciativa ciudadana

    Het burgerinitiatief kreeg veel handtekeningen.

  • de burgerplichtB1

    deber ciudadano

    Belasting betalen is een burgerplicht.

  • het burgerrechtB1

    derecho ciudadano

    Stemmen is een burgerrecht.

  • het burgerservicenummerA2

    número de servicio ciudadano

    U hebt uw burgerservicenummer nodig.

  • de burgerzakenB1

    registro civil

    Voor een paspoort ga je naar Burgerzaken.

  • de busA2

    autobús

    De bus stopt voor het station.

  • het bushokjeA2

    marquesina

    We schuilden in het bushokje voor de regen.

  • de buslijnB1

    línea de autobús

    Buslijn 12 stopt hier vlakbij.

  • de buspasA2

    abono de autobús

    Met een buspas reis je goedkoper.

  • de buurmanA1

    vecino

    De buurman helpt ons vaak.

  • de buurtA1

    barrio

    Onze buurt is de laatste jaren veranderd.

  • de buurtbemiddelingB1

    mediación vecinal

    Bij ruzie kun je buurtbemiddeling inschakelen.

  • het buurtfeestB1

    fiesta del barrio

    Elk jaar is er een buurtfeest in de straat.

  • het buurthuisB1

    centro comunitario

    In het buurthuis worden taallessen gegeven.

  • het buurtinitiatiefB1

    iniciativa vecinal

    Het buurtinitiatief kreeg steun van de gemeente.

  • het buurtonderzoekB1

    encuesta vecinal

    Uit het buurtonderzoek blijkt dat bewoners tevreden zijn.

  • het buurtoverlegB1

    reunión vecinal

    Het buurtoverleg is elke eerste maandag.

  • de buurtverenigingB1

    asociación vecinal

    De buurtvereniging organiseert een straatfeest.

  • de buurvrouwA1

    vecina

    De buurvrouw past op de kinderen.

  • het cadeauA1

    regalo

    Voor zijn verjaardag kreeg hij een mooi cadeau.

  • het caféA2

    café, bar

    We spreken af in het café op de hoek.