Vocabulario
4334 palabras · página 155 de 174
de vijandB1
enemigo
In de oorlog werd de brug door de vijand vernield.
vijfA1
cinco
Het kost vijf euro.
vijfdeA1
quinto
Neem de vijfde straat links.
vijftienA1
quince
Mijn dochter wordt volgende week vijftien jaar.
vijftigA1
cincuenta
Ik betaal met een briefje van vijftig.
de vijverB1
estanque
In de vijver in het park zwemmen eenden.
vindenA1irregular
vond · vonden · hebben gevonden
encontrar; opinar
Ik kan het niet vinden.
de vingerA1
dedo
Ik heb mijn vinger gesneden.
de vioolB1
violín
Mijn dochter speelt al vijf jaar viool.
het virusA2
virus
Het virus verspreidt zich via de lucht.
de visA1
pescado
Op vrijdag eten we vaak vis.
de visieB1
visión (punto de vista)
De gemeente heeft een duidelijke visie op de toekomst.
vissenB1
viste · hebben gevist
pescar
Op zaterdag gaat mijn opa graag vissen bij het kanaal.
het visumB1
visado
Mijn moeder heeft een visum nodig om ons te bezoeken.
de vitamineA2
vitamina
In de winter slik ik extra vitamine D.
de vlaA1
natillas
Als toetje eten we vla.
de vlagA2
bandera
Op Koningsdag hangt overal de Nederlandse vlag.
vlakB1
llano, plano
Nederland is een erg vlak land.
justo (al lado)
De bushalte is vlak bij mijn huis.
vlakbijA2
muy cerca
Wij wonen vlakbij het station, op vijf minuten lopen.
de vlakteB1
llanura
Vanaf de dijk zie je een grote groene vlakte.
het vleesA1
carne
Zij eet geen vlees.
de vleugelB1
ala; piano de cola
De vogel had een gebroken vleugel.
vliegenA2irregular
vloog · vlogen · hebben/zijn gevlogen
volar
We vliegen volgende week naar Marokko.
het vliegtuigA2
avión
Het vliegtuig vertrekt om zeven uur.
het vliegveldA2
aeropuerto, aeródromo
We moeten twee uur voor vertrek op het vliegveld zijn.

