Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

4334 palabras · página 151 de 174

  • verplichtB1

    obligatorio

    Deelname is niet verplicht.

  • verplichtenB1

    verplichtte · hebben verplicht

    obligar

    De wet verplicht werkgevers om veilig werk te bieden.

  • de verplichtingB1

    obligación

    Deelname brengt ook verplichtingen met zich mee.

  • de verrassingA2

    sorpresa

    Het feest voor haar verjaardag was een grote verrassing.

  • verrichtenB1

    verrichtte · hebben verricht

    efectuar, realizar

    De monteur verricht de reparatie volgende week.

  • versA2

    fresco

    Dit brood is niet meer vers.


    het vers

    verso, estrofa

    Het gedicht bestaat uit vier verzen van elk vier regels.

  • verschaffenB1

    verschafte · hebben verschaft

    proporcionar

    Het formulier verschaft u alle nodige informatie.

  • verschijnenB1irregular

    verscheen · verschenen · zijn verschenen

    aparecer; publicarse

    Het nieuwe boek verschijnt volgende maand in de winkels.

  • het verschijnselB1

    fenómeno; síntoma

    Een regenboog is een mooi natuurverschijnsel en een bekend verschijnsel.

  • het verschilA2

    diferencia

    Wat is het verschil tussen deze twee?

  • verschillenB1

    verschilde · hebben verschild

    diferir, variar

    De prijzen van dezelfde fiets verschillen sterk per winkel.

  • verschillendA1

    diferente

    We hebben verschillende opties bekeken.

  • verschrikkelijkA2

    terrible, horrible

    Het weer was op vakantie echt verschrikkelijk.

  • verschuivenB1irregular

    verschoof · verschoven · hebben verschoven

    desplazar, aplazar

    De afspraak is naar volgende week verschoven.

  • versierenA2

    versierde · hebben versierd

    decorar

    De kinderen versieren de klas voor het feest.

  • verslaafdB1

    adicto

    Hij was jaren verslaafd aan gokken.

  • verslaanB1irregular

    versloeg · versloegen · hebben verslagen

    derrotar, vencer

    Ons team versloeg de kampioen met drie doelpunten.

  • het verslagB1

    informe, acta

    Na de vergadering schrijf ik een kort verslag.

  • zich verslapenA2reflexivoirregular

    versliep · versliepen · hebben verslapen

    quedarse dormido

    Ik heb me verslapen en kwam te laat.

  • versnellenB1

    versnelde · hebben versneld

    acelerar

    De gemeente wil de bouw van woningen versnellen.

  • verspreidenA2

    verspreidde · hebben verspreid

    difundir

    Het bericht werd snel verspreid.

  • verstaanA2irregular

    verstond · verstonden · hebben verstaan

    entender (oír)

    Ik kan je slecht verstaan door het lawaai.

  • verstaanbaarB1

    comprensible (al oído)

    Praat langzaam en verstaanbaar.

  • de verstaanbaarheidB1

    inteligibilidad

    Aan de verstaanbaarheid moet je nog werken.

  • het verstandB1

    entendimiento, juicio

    Hij heeft veel verstand van computers.